HomeDe worstelstrijd tusschen de Curie en de regeering van het Groothertogdom Baden in 1855 . aan Nederland ten spiegel voorgehoudenPagina 8

JPEG (Deze pagina), 739.18 KB

TIFF (Deze pagina), 6.54 MB

PDF (Volledig document), 25.67 MB

·~"T2 ~ ·~r .··;;;, t.- . . y . , , vàlïyá
i
2
ontzag zich zelfs niet, in het openbaar den opstand te
prediken. ­
De vijandelükbeden werden met niets minder geopend, .,
dan met eene rechtstreeksche belediging van het vorstelijk l
huis. Groothertog Leopold was den 24 April 1853 over-
leden en de Regeering had bevolen, dat in alle kerken, ‘
katholieke zoowel als protestantsche, op Maandag den ’l0 .
Mei een plechtige lijkdienst zou gehouden worden. Hoe f
` volkomen de vrede ook was geweest, die sinds 'l8l5
tusschen de beide confessies geheerseht had, toch zag de
Aartsbisschop er geen bezwaar in dien plotseling te ver- I
f breken, toen hij op Zondag 9 Mei, in zijn hoofdkerk te j
Freiburg, een rede vol beledigingen jegens den overleden h
vorst uitsprak en daarbü aan zijn ondergeschikte geeste­ l
lijkheid verbood, gebeden uit te spreken voor een ketter­i
schen prins. Dat er bij de voorgenomen plechtigheid
allerlei stuitende gebeurtenissen plaats vonden, laat zich
lichtelijk begrijpen. Er waren slechts enkele priesters, die j
moed genoeg hadden, om, trots de bevelen van hun ‘i
· superieur, hun plicht als staatsburgers te doen. ’s Aarts· `
bisschops bevelen werden door de meesten met nauwge­ A
zetheid ten uitvoer gelegd, daar zij zeker konden zijn, dat
ze onder een Regeering, zoo devoot als de toenmalige S
Badensche, dat volkomen strafleloos zouden kunnen doen.
Dit voorval ter gelegenheid van den lijkdienst was _i
geenszins een op zich zelf staande daad van wraakoefening-;
het maakte deel uit van een plan, dat de prelaat reeds
jaren lang had gekoesterd en waarvan hij de verwezen-
. lijking, tot in de minste bijzonderheden toe, najoeg met `
l onwrikbare standvastigheid. In openbaren strijd met het
edict van 'l Maart /1853, ging Mgr. van Vicari er weldra «
toe over om, zonder zich om de afwezigheid van den `
civielen commissaris te bekommeren, de seminarien te inspecg _

1
I