HomeDe worstelstrijd tusschen de Curie en de regeering van het Groothertogdom Baden in 1855 . aan Nederland ten spiegel voorgehoudenPagina 35

JPEG (Deze pagina), 683.47 KB

TIFF (Deze pagina), 6.51 MB

PDF (Volledig document), 25.67 MB

J 29 ä
1 _ wijzigden beide Kamers weldra hun standpunt, toen de i
ij adressen tegen de aanmatigingen van Rome zich op hare
bureaux op een hoopten en de verontwaardiging des
is volks zich dagelijks krachtiger zich begon lucht te j
a geven. K
. , Scheen de minister von Meüsenbrug in den aanvang
slechts het voornemen te hebben, om aan de beoordee-
ling der Kamers die artikelen te onderwerpen, die af- en
overschrijvingen op de Begrooting, of een wijziging van
j de Grondwet noodzakelijk maakten; ­- weldra eischten
j ‘· de Kamers van hem, dat hü al de gewisselde stukken
zou overleggen, >>opdat zij een nauwkeurig onderzoek
zouden kunnen instellen en met kennis van zaken zouden
mogen oordeelen."
K Tot rapporteur werd door de Tweede Kamer verkozen
de Afgevaardigde Hildebrandt, die, hoewel katholiek van
"ä afkomst, toch als een oprecht liberaal bekend stond. In
E de openbare zitting, waarin hü, in naam van nagenoeg
de geheele commissie (acht van de negen leden, waaruit
zij bestond) zijn rapport voorlas, concludeerde hü tot de
verwerping van het concordaat als in strüd zijnde met
de geschiedenis, met de wetten, met de welvaart en met
i de onafhankelijkheid van het Groothertogdom Baden. De
‘, meeste redenaars, die na hem optraden, zooals Schaaff,
Nusslin, Achenbach, spraken in denzelfden zin en in
voor ’t minst even krachtige bewoordingen. Geen van
allen maakten echter op de vergadering dieperen indruk
dan Dr. Lamey, een freiburgsch professor in de Rechten,
die reeds toen als een der merkwaardigste staatslieden
Q der jongere generatie werd aangemerkt.
l »De toestand -­ zoo sprak hü - is reeds niet zuiver
meer. VVij hebben tusschen twee kwaden te kiezen: wij
moeten of ’t concordaat aannemen, of er toe besluiten te
l
3
t