HomeDe worstelstrijd tusschen de Curie en de regeering van het Groothertogdom Baden in 1855 . aan Nederland ten spiegel voorgehoudenPagina 30

JPEG (Deze pagina), 731.67 KB

TIFF (Deze pagina), 6.48 MB

PDF (Volledig document), 25.67 MB

···¤­·­v«.­v­··­··­~·l¤·t,­a··•.·•,,¢·«>;`»·«v»·g»~•;;;g,·»ws«r·­¤·«=«~»¤«·-·•·e«:~·»=e;•··­«~»«»=~ ···­»··~··­· #~····~=~•»·YV plz, _
g
j 24
jr heid, maar om overheersching te doen. Er is maar één
Gj enkele Kerk, die recht heeft zich als de evenknie van V
jj den Staat, in sommige gevallen zelfs als zijn meerdere 5
j te beschouwen. Wanneer die Kerk eenmaal vrü geworden `
is, en ’t · dan mocht blijken, dat de middelen, waarover
zij te beschikken heeft, om zich te handhaven, ontoerei-
kend zün, dan is de Staat gehouden haar te beschermen
en haar daartoe zünen sterken arm te leenen. Elke godse
dienstige vereeniging buiten hare gemeenschap wordt door p
Rome eenvoudig als niet bestaande beschouwd. In de i
' V theorie zoowel als in de practijk beteekent het woord
vrijheid voor de clericalen niets anders dan - >>onbe­ `
j perkt gezag voor ons, slaafsche onderwerping voor alle h
jl overigen/’ "
>>De groothertogelüke Regeering zou een groote onvoor-
zichtigheid begaan, indien zij ooit afstand deed van het _
*1 recht van placet. Of acht gü ’t onmogelijk, dat de Aarts- t
· . bisschop van Freiburg in een reeks van herderlijke brieven A
den modernen Staat veroordeelt; dat hij de onder ons
­ van kracht zünde wetten verwerpt als strüdig met het
kanonieke recht; dat hij de beginselen en zeden, waarop
i, de burgerlijke maatschappij in onze dagen rust en die
zoovele waarborgen zgn voor den vrede tusschen de on-
, derscheiden kerkgenootschappen; dat hij de personen en
Q instellingen, die volgens hem gevaarlijk zijn, bestrijdt
met de wapenen, die zijn geestelük ambt hem in manden 3
­ geeft? -­~ Liggen zulke vooronderstellingen buiten ’t ge-
bied der mogelijkheid? ­ Dat laatste is nog nooit ’t _
geval geweest en is het tegenwoordig minder dan ooit.
: >>Het concordaat is gevaarlük voor al de hervormingen,
:_ die in de laatste zittingen der Vertegenwoordiging, bijv. ,_
betrekkelijk het burgerlijk huwelijk, het neutraal onderwüs
K en de vrijheid der llniversiteiten zün tot Fstand gekomen,
i
`