HomeDe worstelstrijd tusschen de Curie en de regeering van het Groothertogdom Baden in 1855 . aan Nederland ten spiegel voorgehoudenPagina 27

JPEG (Deze pagina), 716.58 KB

TIFF (Deze pagina), 6.53 MB

PDF (Volledig document), 25.67 MB

. 21
aekerd, die met het protestantsch beginsel in openbaren
strijd is; dan zou aan de gemeenten het recht, om hare
eigen fondsen te beheeren en hare geestelijke leidslieden
, te kiezen, voor goed zijn ontnomen geworden. Tot nog toe
hadden het gezond verstand der Badensers en de geest-
kracht van ettelijke liberale afgevaardigden, onder welke
in de aller eerste plaats Bluntschli en Hausser behooren
genoemd te worden, dit uiterste weten af te wenden.
Maar de jammer zou niet langer te keeren zijn, wanneer
U het concordaat ooit voor goed kracht van wet verkreeg.
. Op den 29 November 1859 werd te Durlach een vergade-
` ring gehouden, die door onderscheiden Heidelbergsche Hoog-
leeraren, als Welcker, Pagenstecher, Schenkel, Zittel, en
Bluntschli was bij een geroepen. Meer dan 300 personen,
advokaten, afgevaardigden, hooge staatsambtenaren en aan-
zienlüke burgers, in één woord, de bloem der oppositie,
kwamen daar te zamen. Professor Hausser, een man
wiens naam in geheel Duitschland beroemd was, en die
een algemeene populariteit genoot, voerde er het woord.
4 Ludwig Häusser (geb. te Herburg, nabü Weissembu1‘g
in den Beneden­Elzas, 26 October 1818 en overleden te
Heidelberg, 17 Maart 1807) had al de gaven van zijnen
rijken geest gesteld in den dienst der nationale zaak en
streefde er bij voorkeur naar, om de burgerij uit hare
onverschilligheid wakker te schudden. Hij was daartoe
de rechte man, want hij was een boeiend en welspre­
kend redenaar, een eerlijk en scherpzinnig journalist, een
~ · diepzinnig en helder geschiedschrijver en werd boven dit
alles nog door de academische jongelingschap als op de
handen gedragen. Waar en wanneer hij ook de beginselen,
4 ` die hem dierbaar geworden waren, te verdedigen had,
I Tt zij hü ze moest handhaven tegen kerkeljjk­lutherschen, zoo-
; wel als tegen ultramontaanschen gewetensdwang; ’t zij het
1

xi
_ li