HomeDe worstelstrijd tusschen de Curie en de regeering van het Groothertogdom Baden in 1855 . aan Nederland ten spiegel voorgehoudenPagina 23

JPEG (Deze pagina), 689.77 KB

TIFF (Deze pagina), 6.52 MB

PDF (Volledig document), 25.67 MB

_,_,,,,,_,,.,... ···===¤‘··=‘*‘r~·~­·~Y W- ’ W """"">
` 17
‘ loof aan het ideaal. Duitschland kende en vereerde onder -
de helden van den vrüheidsoorlog niemand hooger dan
mannen als Fichte, Wilhelm von Humboldt, Schleier­
macher enz.
Al was Baden klein van omvang, toch had het reeds
· voor lang zeer veel bügedragen tot het werk der rege-
neratie van het Duitsche vaderland. Heidelberg en Freiburg,
wier Hooge Scholen door het verlichte streven van Karl
Friedrich (in 1809) waren hersteld, hadden steeds bij de
J jongelingschap den lust tot ernstige studie en voor onbevoor­
­ oordeelde wetenschap levendig gehouden. ’t Was nog niet
f lang geleden, dat beide zich, onder aanvoering van man-
2 nen als Schlosser, Welcker en Rotteck, krachtig hadden
i verzet tegen het Heilig Verbond; thans stonden zij even-
zeer, onder den invloed der mannelijke welsprekendheid
_ van mannen als Häusser, Mittermaier en Gervinus tegen
de aanmatigingen van het Ultramontanisme en van de
L demagogie manmoedig op de bres. Ook de katholieke
( theologie had de gezegende gevolgen van de aanraking
Q met andere wetenschappen ondervonden.
Nog altijd worden de werken van Hug en Jahn ge-
raadpleegd en gewaardeerd, zoowel door protestantsche
als door katholieke exegeten: al hebben de schriften dier
` geleerden nooit de goedkeuring der congregatie van den
T Index kunnen verwerven.
` De·Curie zag duidelijk in, dat, bij aldien zij haar eigen
i doodvonnis niet wilde ten uitvoer leggen, er aan de aca-
demische opleiding der geestelijken voor goed een einde
p komen moest. Niets toch doet volgens haar den godsdienst
grooter gevaar loopen, dan wanneer de Staat de opleiding
à der godsdienstleeraars in nationale richting poogt te
sturen. Daarom werd dan ook de eisch gesteld, dat er ¤
voor hare kweekelingen Seminariums zouden wordeên ge-
l J
F .