HomeDe worstelstrijd tusschen de Curie en de regeering van het Groothertogdom Baden in 1855 . aan Nederland ten spiegel voorgehoudenPagina 11

JPEG (Deze pagina), 715.50 KB

TIFF (Deze pagina), 6.52 MB

PDF (Volledig document), 25.67 MB

.-.. " ïl · · · · ·;ïZ'i ' ;.· ’ ”
ben mij te zeer bewust van mijn ontzaglljke verantwoor-
A , deljjkheid voor de vierschaar des hoogsten Rechters. De ä
- Eeuwige verlaat de zijnen in hunne bekommernissen nooit."
Het Badensche Kabinet aanvaardde slechts zeer schoor-
voetend de uitdaging, die de aartsbisschop met zooveel
hooghartigheid den Ministers voor de voeten had gewor-
pen. Hoezeer zij allen eensgezind waren in hunnen haat ‘
tegen het liberalisme, konden de leden der Regeering het
volstrekt niet eens worden over de houding, die tegenover
den aartsbisschop moest worden aangenomen, of over de
middelen, die behoorden te worden gebezigd, om het con-
flict tot een goed einde te brengen. De president­minister
i von Stengel had indertijd tot de Jozefistische richting be-
hoord. Hij wenschte de organieke wetten te handhaven,
maar deinsde terug voor iederen maatregel, waardoor op _
’t statu s q u o inbreuk gemaakt zou kunnen worden, p
K of de nauwlijks geheelde wonden der revolutie dreigden l
Q te worden opengereten. Züzvambtgenoot voor Onderwüs
E en Eeredienst, von VVechmar, een onbeduidend man, maar
i tevens een slaafsch volgeling van von Raumer, was met
i lichaam en ziel verbonden aan de pietistische cama-
rilla. Hij kende geen grooter gevaar voor de Universiteit _
of voor de protestantsche kerk dan volslagen autonomie,
al kon hij in zijn pogingen om de vrüheid te onderdruk-
ken niet slagen zonder de hulp der Ultramontanen. Ein-
delijk gaf de minister van Buitenlandsche Zaken, Graaf
von Meysenburg, die gewoon was bij iedere gewichtige
_ quaestie den raad van de kanselarij van den H 0 f b urg
te Weenen te laten inwinnen, in bedenking om recht-
streeksche onderhandelingen aan te knoopen met het
Vaticaan.
De ongelijksoortigheid zijner leden oefende een verlam-
A mendcn invloed uit op de gedragingen van het gouvcrne- ·
I