HomeDe invloed van den alcohol op onze geestvermogensPagina 5

JPEG (Deze pagina), 919.97 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 18.44 MB

l
I O
2 I. Illlêldlllg.
`
ll
; Wanneer men de twee stroomingen ziet in den strijd tegen de
i rampzalige gevolgen van alcoholmisbruik - het prediken van matigheid
[ en de eisch der geheelonthouding - beide willende verminderen de
E ellende van zoo velen, die te zwak bleken tegen de verleiding van een
J vreugde en genot belovenden vijand, dan verrast het op den eersten
blik, hoe sterk deze beide stroomingen, die toch zoo na verwant zijn in
i oorsprong, tegen elkaar inbruisen, alsof ze een geheel tegenovergesteld
q einddoel nastreefden.
l Het is niets vreemds als een geheelonthouder de voorstanders der
[ matigheid als zijn ernstigste vijanden beschouwt. Hij toch, die overtuigd
§ is, dat elk, die eenmaal misbruik heeft gemaakt, slechts door geheel-
, onthouding kan blijven uit de macht van het verleidelijke lokmiddel, en
5 deze overtuiging grondvesten kan op een niet voor tegenspraak vatbare
Q ervaring, wil nu, dat het den zwakke gemakkelijk zal worden gemaakt,
j zich staande te houden tegenover de verleiding door het voorbeeld der
= sterkeren. Hij zegt zeer terecht, dat misbruik van alcohol niet zou kun-
Q nen plaats vinden en dus ook niet al de ellende, die daarvan het gevolg
j is, wanneer de geheele maatschappij alcoholvrij was. Daarom moet naar
{ dien toestand gestreefd worden.
E Tegenover dit uit een moreel oogpunt te waardeeren opofferings ·
l principe, waarbij het eene individu zich een genot moet ontzeggen uit-
I sluitend ten behoeve van anderen, kan de voorstander der matigheid M
, aanvoeren, dat het aantal personen, dat tot misbruik neigt, te gering is, ‘
[ om het opgeven van een voor de meerderheid onschuldig genotmiddel
g te rechtvaardigen; dat elk genotmiddel als zoodanig een goeden invloed
j heeft en niet om eenige bijkomende omstandigheid mag worden geban-
§ nen uit onze maatschappij; en wat vooral van belang is, dat juist die
; personen te wier behoeve in de eerste plaats een algemeene geheel-
E onthouding - het geheel verdwijnen van alcohol uit het dagelijksch
; leven ‘) - zou moeten plaats hebben, nl. de echte drinkers, blijkens
i psychiatrische ervaring toch als r egel reeds van aanleg minderwaardige
J personen zijn, en dus het geheel alcoholvrij maken der maatschappij
{ vermoedelijk nog niet heel veel verandering zou brengen in hun waarde
E voor familie en gemeenschap.
Om ons standpunt te bepalen bij het kiezen tusschen algemeene ont-
`; houding of algemeene matigheid, is het noodig twee zaken scherp uiteen
Q 1) De eisch, dat de alcohol zelfs niet als geneesmiddel zou mogen worden
A , gegeven, kan niet anders dan als een product van éénzijdig drijven worden be-
” ,· X schouwd.
Q.
l
a