HomeDe invloed van den alcohol op onze geestvermogensPagina 16

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 6.86 MB

PDF (Volledig document), 18.44 MB

14
want het is practisch van weinig belang, of we op een oogenblik dat 'i
bestemd is voor rust, al of niet geschikt zijn tot werk. Bovendien heeft
reeds de maaltijd zelf een ongunstigen invloed op onze werkkracht, zoodat
het zoowel om het werk als om de spijsvertering wenschelijk is, dat
wij eenigen tijd na het eten of zonder of met zeer lichten arbeid door- ·
brengen. In dit opzicht staan alcohol, maaltijd en lichaamsbeweging
gelijk, alle drie hebben een slechten invloed op den gang der geestelijke
processen. Doch evenals niemand er aan denkt den maaltijd of de lichaains- ï
, beweging geheel af te schaffen, doch in beide opzichten wel matigheid i.
noodzakelijk vindt, evenzoo kan ook de geheelonthouding van alcohol f
nooit gebaseerd worden op een tijdelijken invloed daarvan op geestelijke
processen. Alles hangt af van den duur der nawerking. Daaraan nu is
ook door vele onderzoekers bijzondere aandacht gewijd, en zoo zijn een
reeks verschillende feiten daaromtrent door proeven bekend geworden.
Bij het gebruik van 100 gr. alcohol werd een nawerking gevonden,
die minstens 4, soms meer dan 24 uur duurde; d. i. nog zooveel tijd na
het gebruik van den alcohol kon worden aangetoond, dat het geleverde
werk minder was dan wanneer geen alcoholgebruik was voorafgegaan.
Daar nu echter 100 gr. alcohol stellig een groote gift genoemd mag
worden, die slechts door weinigen nog onder het matig gebruik zal
worden gerangschikt en daar bovendien een zoo lange nawerking als 12
en 24 uur slechts als uitzondering werd gevonden, mag men wel aan-
nemen, dat een meer matige gift, zooals 30 gr., in enkele uren uitgewerkt
heeft, althans in zooverre, dat daarvan geen nadeelig effect op het daarna
te leveren werk meer te duehten is. Toch is daarmee de zaak niet geheel
opgelost, want al is de werking van eenigen prikkel, die op ons eenmaal “"*’
heeft gewerkt, ook in zooverre voorbij, dat er geen resultaat meer op
t den geleverden arbeid te bespeuren valt, toch blijkt dikwijls, dat er nog
iets van dien prikkel is overgebleven, n.l. een gevoeligheid, juist voor
j , diezelfde soort van prikkels, zoodat, wanneer een tweede dergelijke prikkel
‘ van dezelfde intensiteit na eenigen tijd werkt, daardoor een veel grooter
j effect wordt teweeggebracht dan den eersten keer het geval was.
Het is nu gebleken, vooral door de onderzoekingen van Smith,
i dat juist ten opzichte van alcohol iets dergelijks in zeer hooge mate r
bestaat. Hij onderzocht de verschillende geestelijke functies, eerst zonder,
i daarna met gebruik van alcohol, en stelde op dezelfde wijze, als reeds
door anderen was gedaan vast, dat door het gebruik van quantiteiten,
{ die varieerden van 40 tot 80 gram per dag, een vermindering van alle
{ onderzochte geestelijke functies ontstond. Nu zette hij zijn- proeven voort
j gedurende een reeks van dagen, waarbij hij zag, dat gedurende de alcohol-
j dagen de geleverde arbeid nog allengs minder werd. Vervolgens werden
j de proeven weder zonder alcohol voortgezet : de arbeid werd nu gedurende ,
; enkele dagen geleidelijk beter en bleef dan verder op eenzelfde niveau. '
j Maar, wanneer nu, nadat de proefpersoon gedurende 8 dagen geen alcohol E
ä had gebruikt, hij opnieuw dezelfde gift als gedurende eenige dagen te F
§ voren, had tot zich genomen, ontstond plotseling een vermindering van i
i den geleverden arbeid, grooter dan te voren door dezelfde gift was tot
E stand gekomen.
i Hier heeft men dus het opmerkelijke feit, dat zelfs bij nauwkeurig
wetenschappelijk onderzoek de invloed van den alcohol zich geheel her-
ä á
E
E
i
E
L