HomeDe invloed van den alcohol op onze geestvermogensPagina 15

JPEG (Deze pagina), 935.87 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 18.44 MB

.
ie

Zoo wordt de algemeen verbreide opvatting, dat het zich nu en dan,
met groote tusschenpoozen te buiten gaan, veel minder nadeelig is dan
het geregeld gebruik van veel kleinere hoeveelheden, door het weten-
schappelijk denken volkomen bevestigd.
Bij welk gebruik men nu spreken moet van misbruik, zal dus vóór {Q
alles afhangen van den duur der nawerking, die de alcohol heeft. Ook
­ hieromtrent is door wetenschappelijk onderzoek langzamerhand het een pf
j en ander bekend geworden. Volgens het reeds gezegde, mag dit alshet
i belangrijkste deel van het geheele alcoholvraagstuk worden beschouwd, tg
· want hierdoor alleen kan precies worden omschreven, in hoeverre er
alcoholgebruik bestaan kan, dat niet blijvend nadeelig, d.w.z. geen
misbruik is. _
M-- ii
IV. Wat hebben we onder misbruik te verstaan?

Wanneer het wetenschappelijk onderzoek aantoont, dat na het gebruik êïj
van een zekere hoeveelheid alcohol de geschiktheid tot het doen van
geestelijk of lichamelijk werk daardoor is afgenomen, dan blijkt daaruit ig
N alleen nog niet, dat dit gebruik moet worden afgekeurd. De boog toch kan
uw niet altijd gespannen blijven, en wanneer het bedoelde alcoholgebruik plaats
vindt, nadat de dagtaak is afgeloopen, of op een oogenblik, dat er vooreerst
niet behoeft te worden gewerkt, kan ons het tijdelijk komen in een toe-
stand van mindere geschiktheid tot werk volkomen onverschillig zijn.
Wel echter geven dus de te voren beschreven resultaten van het
wetenschappelijk onderzoek onmiddellijk het recht een alcoholgebruik als
misbruik te stempelen, dat plaats vindt vlak vóór of tijdens het werk 1).
De door het nemen van alcohol teweeggebrachte opwekking is slechts
een subjectief gevoel; inderdaad heeft men zich door dat gebruik onmid-
dellijk in een toestand van geestelijke minderwaardigheid geplaatst. Maar
wanneer de alcohol gebruikt wordt op een oogenblik, waarop voorloopig jg,
niet behoeft te worden gewerkt, dan is de zaak niet zoo eenvoudig.
Nemen we aan, iemand werkt van 8 tot 12 en van 1 tot 5, neemt dan
met inbegrip van zijn middageten rust tot 8, om vervolgens weer den gg;
avond met geestelijken arbeid door te brengen. Kan er dan eenig bezwaar
zijn, dat hij of te 5 uur bij het begin van zijn rust in eenigen vorm
wat sterke alcohol, of wel bij zijn middageten, dat hij om 6 uur neemt,
‘ eenige glazen wijn gebruikt?
Het antwoord op deze vraag kan niet afhangen van den aard der
veranderingen, die ons denkvermogen onder invloed van alcohol ondergaat,
I) Ik moet hier een uitzondering maken voor die enkele gevallen, waar een
dergelijke graad van uitputting bestaat, dat men zonder kunstrnatigen prikkel in EE
de volstrekte onmogelijkheid zijn zou een werk voort te zetten, dat onmiddellijk
gedaan moet worden. yg
ti
§‘·
`