HomeDe invloed van den alcohol op onze geestvermogensPagina 14

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 18.44 MB

i
E 12
j werk nog betrekkelijk goed gaat en zijn geheugen nog niet in het oog ‘
j vallend geleden heeft, zoodat alleen door opzettelijk onderzoek de afwij-
E kingen in deze functies zouden kunnen worden aangetoond.
ë Terwijl aldus de overeenkomst der veranderingen in de geestelijke
g functies onder invloed van een gift en onder invloed van chronisch
overmatig gebruik zeer treffend is, schijnt de invloed op de spierbewegingen
jl in beide gevallen een geheel verschillende te zijn Door het gebruik van _
een kleine of zelfs ook vrij groote gift toch bleken allerlei spierbewegingen
ë, gemakkelijker tot stand te komen; ten gevolge van chronisch misbruik
daarentegen zien we een belangrijke belemmering der willekeurige .
bewegingen, zooals de onvaste gang en het beven der handen toonen.
Deze tegenstelling is slechts een bijzonder geval van een zeer alge-
gemeene wet. Wanneer namelijk een prikkel, die, eenmaal werkend,
ä een opwekkenden invloed heeft, zeer dikwijls wordt herhaald, gaat steeds
ë die opwekkende werking allengs verloren, en treedt daarvoor in de plaats
een verslappende, ja ten slotte zelfs een verlammende. Wel zal van den
oorspronkelijk opwekkenden invloed nog altijd iets overblijven, doch de
tijd, gedurende welken die opwekking bestaan blijft, wordt bij voortgezet
gebruik steeds korter en de daarop volgende verslappende werking volgt
g steeds spoediger en valt steeds sterker uit- Aldus kunnen we begrijpen,
dat bij den sterken drinker eindelijk die allertreurigste toestand wordt
E geboren, waarin hij slechts onmiddellijk na het gebruik van het gewone
§ vergif nog tot iets in staat is, om een oogenblik later weer in des te
g diepere machteloosheid te vervallen.
Hebben we dus het recht, den toestand, dien elke overmatige drinker
vertoont, op te vatten als bestaande uit een groep van verschijnselen, "l*t
die telkens op nieuw na elk (zelfs matig) gebruik in geringe mate optraden,
doch door het veelvuldig herhalen van den prikkel steeds sterker voor
den dag kwamen en ten slotte blijvende werden, dan ligt in deze
4 beschouwing de sleutel tot het scherp defmieeren van wat matig gebruik
en wat misbruik is.
Elk gebruik van alcohol brengt blijkens de gedane proeven tijdelijk
je een mindere geschiktheid onzer hersenen tot arbeid teweeg; deze min-
j dere geschiktheid blijft eenigen tijd bestaan en verdwijnt dan van zelf;
volgt echter een nieuw gebruik, vóórdat de invloed der eerste gift geheel
, verdwenen is, dan zal die tweede gift hare werking voegen bij het nog
{ resteerende deel der eerste, en dus zal de werking nu sterker uitvallen
, en de tijd, noodig om tot herstel te komen, zal grooter zijn; volgt
5 wederom een derde gift, voordat de werking der tweede geheel voorbij
is, dan zal opnieuw een grootere uitslag worden teweeggebracht, en zoo
is het duidelijk, dat bij telkens herhaald gebruik binnen den tijd, noodig
j om de werking der laatste gift te overkomen, een steeds groeiende
_ nadeelige werking ontstaan zal, die ten slotte moet eindigen in het defi­ '
ë nitief afnemen van alle geestelijke vermogens.
i Misbruik is dus niet in de eerste plaats afhankelijk van de hoeveel-
ä heid, die op een bepaald oogenblik wordt genuttigd, want ook na het
gebruik van zeer groote hoeveelheden heeft zonder twijfel in zekeren
tijd een volledig herstel plaats, doch misbruik is het regelmatig op nieuw
§ tot zich nemen van alcohol, vóórdat de voorafgegane hoeveelheid heeft
g uitgewerkt.
1
ä
S
l