HomeDe invloed van den alcohol op onze geestvermogensPagina 12

JPEG (Deze pagina), 942.32 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 18.44 MB

l
l
E

j io
l en bestaande vermoeienis verdwijnt. Daar zich nu deze opwekkende g
werking ook doet gelden op de spraakbewegingen, is het niet vreemd,
§ dat men, de duidelijke bewijzen vindend van het gemakkelijker spreken
E na alcoholgebruik, daaruit ten onrechte concludeert, dat men gemak- .
ä kelijker denkt. .
""""` F
l
, lll. De werking van chronisch alcoholgebruik 1n grootere
j hoeveelheid.
l
ä
Een beschrijving te geven van de veranderingen, die regelmatig
gebruik van groote hoeveelheden alcohol met zich brengt, is niet moeilijk,
S want iedereen kent wel eenigen dier ongelukkigen, die aan lichaam en
g geest de gevolgen daarvan met zich dragen. Men steile zich een dergelijk
persoon voor en zie, wat de waarneming bij hem leert.
Q Men vindt als regel dan iemand, die in al zijn handelingen de bewijzen
Q geeft van weinig gevoel te bezitten voor anderen, weinig belangstelling
voor al, wat niet het eigen ik raakt, weinig lust in werk; die bovendien E
Q zijn werk slecht, onnauvvkeurig, zorgeloos verricht en veel fouten maakt,
, die een gering bevattingsvermogen en een slecht geheugen bezit, en die
, naast al deze geestelijke afwijkingen, die alle bij elkaar kunnen worden 7%
, samengevat met den naam van algemeene geestelijke afstomping, ook
g nog deze bijzonderheid pleegt te vertoonen, dat hi_j zich onbeholpen,
{ onzeker beweegt, onvast staat op zijn beenen, ja zelfs het normale gebruik
j van zijn handen niet meer heeft, doordat deze het meest bekende ver-
l,. schijnsel van den dronkaard - het beven - doen zien.
j Bij oppervlakkige beschouwing valt wellicht niet dadelijk de overeen-
; komst in het oog tusschen deze groep van verschijnselen, die den dronkaard
kenmerken, en die veranderingen der geestelijke functies, die ons het
’ proefondervindelijk onderzoek deed kennen als de regelmatige gevolgen
j van een enkele, kleine alcohol-gift.
· Toch is het niet moeilijk, duidelijk te maken, dat de treurige toestand
j van den chronischen drinker niets anders is dan de in sterkere ontwik-
keling bestaande en bli_jvend geworden afwijkingen, die zich in veel geringere
ï mate en voorbijgaand vertoonen ten gevolge van een enkel klein gebruik, ‘
j Men moet bedenken, dat het proefondervindelijk onderzoek ons niet
l in staat stelt, ons een oordeel te vormen omtrent iemands karakter,
, moreel gevoel enz. Wij onderzoeken slechts de eenvoudigste, de meest '
elementaire functies van ons denkvermogen, zooals het opnemen, het in
§ herinnering houden en het combineeren van eenvoudige waarnemingen,
die men bestudeeren kan volgens de vroeger beschreven methoden. Deze » ,
elementaire functies nu, die blijkens het experimenteel onderzoek door
het gebruik van een kleine hoeveelheid alcohol steeds bleken te verminderen,
ï zijn eveneens bij den drinker achteruitgegaan, doch de afwijkingen, die
bij het bedoelde onderzoek slechts gedurende een zekeren tijd na het
l
l
l
l