HomeOpleiding en examen van verpleegstersPagina 61

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 9.01 MB

PDF (Volledig document), 60.25 MB

-
. _ ’·"”""""""""""""°"" r
69
werkzaam geweest, weet niet genoeg van de verpleging van
zenuwlüders en omgekeerd. Waar dit nu misschien van minder
belang is voor de patienten, die door háár worden verpleegd die
niet verder dan diploma A verlangen (in de gestichten zijn toch
, meestal chronische zenuwlijders, die niet zoo heel veel van
psychopathen afstaan), is dit en voor de patienten van het grootste
belang die door haar verpleegd worden, die dipl. B hebben ver-
kregen en voor de verpleegster zelf!
Immers is er bijna geen verpleging denkbaar, waarbij het zóó
op subtielen tact, op gevoels­intuitie, op gevoels- en verstande-
ontwikkeling aankomt, dan bn het verplegen van zenuwpatienten,
_ de allermoeilijkste verpleging. Deze subtiele, fijn­voelende, tact-
volle geschiktheid nu kan een verpleegster nooit in een krank-
zinnigengesticht krggen. Die kan haar alleen geworden in een
inrichting voor zenuwpatienten .... wanneer de hoofdverpleeg­
ster of de directrice die eigenschappen zelf heeft en ze in haar
leerlingen weet aan te kweeken.
Maar daarom is of een scheiding tusschen krankzinnigen­ en
zenuwverpleging noodig, of de eischen voor diploma B, voor de
particuliere praktijk, moeten (omdat in de part. praktijk de ver-
· pleegster büna altijd met zenuw- en slechts bij uitzondering met
krankzinnige patienten te doen heeft) ander en scherper omschreven
door de Exa1nen­Com1nissie gesteld worden. 1)
· ') Hoe, in verband hiermede, de Commissie bij het examen rekening kan
houden met de tact van de verpleegster, is ons een raadsel. Wij betwijfelen
of de functie van hoofd eener onderafdeeling in een gesticht, gedurende
een half jaar, tact genoeg zal geven om in een gesticht zelfstandig op te
treden. Maar aangenomen dat dit wel het geval is, dan waarborgt deze ·
haliïjaarlüksche functie waarschünlük niet de tact om in de part. praktijk
op te treden waar het krankzinnigen en absoluut niet waar het zenuw-
‘ lüders betreft. ’t Is ons onbegrijpelijk, dat en de commissie en de Psych.
Vereeniging de tact om met zenuwlüders om te gaan, zoo licht heeft
«­ opgevat en daarover zoo lichtvaardig heeft gedacht. De eenige verklaring
voor ons is, dat niemand bg verpleegsters die veel met zenuwpatienten
hebben omgegaan, eens heeft nagevraagd hoe moeilijk de taak is en hoeveel
tact een verpleegster daarbü noodig heeft. Wanneer wij nagaan, wat ons
door verpleegsters is meegedeeld, dan hebben wg daaruit de grondgedachte
kunnen nemen, dat de zenuwspecialisten eenvoudig niet weten welke moeilük­
heden er aan zgn verbonden om met zenuwpatienten om te gaan, omdat
zij elken dag maar een zeer korten tüd bij den patient doorbrengen. terwijl
de verpleegster een geheelen dag met hem moet verkeeren. _