HomeOpleiding en examen van verpleegstersPagina 51

JPEG (Deze pagina), 919.10 KB

TIFF (Deze pagina), 9.00 MB

PDF (Volledig document), 60.25 MB

E 49
laatste toch kan dikwijls veel beter een persoonlük oordeel er
over vellen of zü geschikt was om met hem om te gaan en
iv hem te verplegen, dan de geneesheer die haar elken dag slechts
Q een luttele spanne tijds bijwoont. En zelfs bh verschil in meening
omtrent haar, tusschen geneesheer en patient, moet en kan er
E in zeer veel gevallen meer gewicht aan het oordeel van den
patient dan aan dat van den geneesheer worden gehecht. ,
ä Hetzelfde kan voor de wijkverpleegster geschieden, ofschoon! 4
dit met eenige grootere moeilijkheden gepaard gaat. Zoolang de·_
i, wijkverpleegster bij meer gegoede, ontwikkelde lieden verpleegt,
i is het bezwaar niet groot om een oordeel over haar aan de
commissie gericht te krijgen. Waa1‘ zij echter lieden uit de lagere
klasse verpleegt, daar moet de commissie afgaan op de berichten,
haar toegezonden door de wijkzuster waaronder zij werkzaam
is en die telkens persoonlijk zich op de hoogte moet stellen van
het oordeel der patienten.
i Iets dergelijks moet, en ’t kan wel niet anders, geschieden
M omtrent de verpleegster die in het ziekenhuis werkzaam blijft.
Echter met dien verstande, dat hier het oordeel dient te worden
gevraagd van niemand anders dan van de hoofdverpleegster
waaronder zij werkzaam is geweest, omdat niemand anders
(behalve misschien een enkele meer ontwikkelde patient) zich
Q, een oordeel over haar tact kan vormen. En zoo ook zal het
moeten geschieden voor de verpleegster die zich als specialiste
wenscht te bekwamen.
x Om nu het oordeel van de commissie zoo zuiver mogelijk te
"" doen zijn, is het noodig dat de aanstaaneparticuliere verpleegster
bij verschillende particuliere patienten, desnoods in verschillende
klasse-inrichtingen, een tijdlang werkzaam is; dat de aanstaande
I wijkverpleegster onder verschillende wijk­zusters in verschillende
wüken werkt ; dat de toekomstige ziekenhuis-verpleegster zich onder
verschillende hoofdverpleegsters, in verschillende ziekenhuizen,
op verschillende afdeelingen aan een beoordeeling van haar arbeid
onderwerpt. Op deze wijze toch wordt zooveel mogelijk een
onrechtvaardige beoordeeling uitgesloten, wordt verhinderd dat
persoonlüke sympathiën of antipathien op het eindoordeel haar
4
. L,