HomeHet tegenwoordige karakter der geneeskundePagina 16

JPEG (Deze pagina), 652.66 KB

TIFF (Deze pagina), 6.80 MB

PDF (Volledig document), 18.64 MB

14 i
j mogelijk geweest zän, dat Auenbrugger, toen hij het
eerst den hechten en voor alle tijden vasten grondslag
ä eener objective methode in de kliniek legde, toch noodig
j had, in de voorrede van zijn boekje, dat op twee en
twintig bladzijden meer wetenschap bevat dan gedurende
i de veertien eeuwen van Galenus tot Harvey geleerd was, ‘
l te verzekeren: »Detecta circa hoc objectum non pruritus j
scribendi, neque speculationum luxuriês sed septennis obser­ j
vatio digessit. Praevidi autem inultum bene , quod scopulos ä
non exiguos subiturus sim, simul ac inventum ineum publici l
juris fecero.°° Men was toen nog zoo weinig p voor objec-
tieve Diagnostik dat vijftig jaren voorbn moesten gaan, om
eerst door het gezag van Corvisart, den lijiarts van Napoleon
I, Auenbruggefs ontdekking, als het ware , op nieuw te l
doen uitkomen. Gelukkig, dat naast Corvisart het genie
van Bichat en Laennec zamenwerkte, om niet slechts de `
methode van Auenbrugger aantevullen, maar er ook
nieuwe bütevoegen , waardoor de kennis der veranderingen W
der borstorganen, büna tot de grens van volstrekte ze- _ i
i kerheid , mogelijk werd. Nadat nu eens objective methoden
voor eens reeks van organen gevonden waren, sloot zich i
daaraan, als van zelf de taak, eenerznds dergelnke ook voor *
de overige organen te vinden en anderzijds de teekenen, wel-
ke van physischen aard waren door physische wetten in hun-
nen wording te willen verklaren. Het streven daarnaar ver-
j vulde gedurende de eerste decennien onzer eeuw meer
dan iets anders de wetenschappelijke geneesheeren. Maar A
E
ä
i l
S
K
1
l
LI