HomeEen woord over de inenting der pokkenPagina 15

JPEG (Deze pagina), 732.02 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 15.92 MB

» ‘_ 13
, in dezen te leven, en ons, zoo gij weerspannig zijt, in ’t (
‘ D ininst er 11iet door bezwaard rekenen zoo gij u, tegen onze
j strafwet, op uw geweten beroept.
Welnu, zulk een geval bestaat hier mie!. De vaccinatie
staan wij billijk voor omdat en zoolang de welgestaafde,
onpartijdig en ernstig Wetenschappelijke opinie in de V
geneeskundige wereld, aan welke wij leeken in dezen ons
•· te houden hebben, zich in overwegende meerderheid
` van bevoegde getuigen, en met opgave van gewichtige
‘ redenen, gelijk wij zoo aanstonds zullen hooren (l) vóór
r‘ haar verklaart. Maar het is er echter verre van daan,
dat zij afqemeen erkend zou wezen. Talrijk zijn, hier en
elders, nog de aehtbare wetensehaplijke stemmen die
haar bestrijden. (2) Onder zulke omstandigheden is het
dus mei geoorloofd, een gewetensbezwaar dat zich tegen
haar verheft, als onontvankelijk ter zijde te stellen. Dit een
en ander, G. T. maakt het ons tot plicht, zonder eenigen
wettelijken dwang, uitsluitend den zecleljáevz weg der
everiuzlyéiqq te volgen bij het voorstaan van de vaccinatie.
( Daartoe ben ik dan ook hier, uit pliohtbesef, zeer gaarne
opgetreden. De wetensehaplijke zijde der zaak laat ik, daar
ze buiten het gebied mijner bevoegdheid ligt, aan den
volgenden spreker over; ik treed alleen in beschouwing
van haar geestelijke, zedelijke beteekenis.
Hieromtrent heb ik dezelfde overtuiging als welke ik
(1) Na mij sprak een belangrijk en overtuigend woord over hetzelfde onderwerp
de geneesheer Dr. Le Rütte.
(2) Om mij alleen tot zoodauigen te bepalen die niet, als geloorige christenen,
onder verdenking van partijdigheid staan, noem ik, behalve het Engelselie 'l‘ijd·
schrift Ami-2=aeeim¢Zi0n, hier het bekende Bork des gezoïcdm rw k7'[(7ZZ”/WL mm.w·h«·,z
i van Dr. Bock, door Dr. Donkersloot, naar ik ineen, in ’t Hollandsch vertaald.
Deze geleerde heeft groote bedenking tegen de vaceinc, en het is bekend dat ik
j nog vele andere geëerde namen zon knnin­n bijlirengvii.
ll

l