HomeEen woord over de inenting der pokkenPagina 13

JPEG (Deze pagina), 821.31 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 15.92 MB

ïr 11
if
l_ vaecine, welke wij met warmte voorstaan. Want nu , daar
ff 111611 het geweten van velen heeft beleedigd, wordt de vaecine
1net nieuwen hartstocht bestreden. Ik zag voor de ramen van
. enkele boekhandelaars in onze stad traktaatjes, liedjes en
geschriften uitgestald die allerhevigst tegen deze wet uit-
varen. VVel is waar, deze ongenoemden toonen daardoor, .
dat zij in den grond met overzfzrzjycl, maar slechts partij-drijvers
zijn. Want wie scheldt, is zwak: wie overtuigd is, die is
A i sterk, derhalve billijk. Wanneer dus in die geschriftjes en
· i · liedjes wordt gescholden op de ,, pest­wet" of op den
Q_ ,,beest­etter" dien men in ons lichaam brengt, (terwijl ik
it metl ei en oo_en hier te $§Ha e in de daartoe bestemde
inrichting gezienheb, hoe zorgvuldig men bij het verzamelen
van de pokstof allen etter. verre houdt) dan is dat zeker
ti verkeerd en oneerli`k edaa11. Maar wi` vra¤·en: aan wim
=V . b .
de scázrlcl? voor een goed deel aan hen die deze wetsbepaling
doordreven. Want de aldus opgezweepte hartstochten hechten
zich toch aan een kern van waarheid, namelijk den vvettigen
weerzin tegen de materialistische strekking die over ’t geheel
”‘ ons staatsbestuur en onze wetgeving kenmerkt. Alle soort
' van besmetting op geestelijk terrein begunstigt men: tegen
dronkenschap en misdaad is men tot in het ongerijmde
zwak- alleen op lichaamlijk terrein stelt men zich, niet met
" kracht maar met heur namaaksel, met dwarzg, tegen elk
vermeend of werkelijk gevaar. (1)
' (1) Van dien dwang is reeds een zeer verdienstelijk hoofdonderwijzer, de heer
Lemkes te Aarlanderveen, slachtoffer geworden, daar hij, naar zijne overtuiging,
om de vaecine­wct zijn werkzaamheid heeft moeten laten varen. Bij den afkeer van
de vrijheid, die zeer dikwerf de vrijzinnigheid ten onzent kenmerkt, kan het niet
verwonderen, de pers van die partij op den heer Lemkes den regel te zien toepassen
dat ,,het belang van één moet wijken voor het belang van allen/’ Maar wèl, dat
zij die hier van ,, domme vooroordee1en" spreken, niet inzien hoe zulk een meten
van recht en belang naar de meerderheid der stemmen noodzakelijk met zich brengt,
dat de brutale hartstocht der massa over het recht, ook gelijk de edeler vrijzinnig-
K heid het dikwerf verstaat en voorstaat, vroeger of later zegeviere.
W