HomeEenige opmerkingen omtrent het aanhangige wetsontwerp op het Hooger OnderwijsPagina 9

JPEG (Deze pagina), 874.76 KB

TIFF (Deze pagina), 7.82 MB

PDF (Volledig document), 47.56 MB

«»V~ «~ -e j,
7
standigheid, dat de akademisehe senaten, gelijk trouwens
_ is voorgeschreven (Art. 69), het programma van de hoogste
akademisehe examens nauwkeurig zullen moeten opgeven,
{ indien aan akademie-studie eenig voorreeht voor de prak-
j tük zal kunnen worden toegekend. fr
Dat er staatsexamens bedoeld zijn, kan niet twijfel-
achtig worden door de weifelende uitdrukking van de
Mem. va11 Toelichting op art. 71: ,,het is niet onaanne-
,,melijk dat, zoo voor het uiloe/enen van een beroep o/` lzedrjjf l
.,' ,,emmens worden gevorderd, het bezit van eenen akademi- 1
l ,,sehen graad of wetensehappelijken titel een groot deel van
,,dat examen zal kunnen vervangen? Waiit de wet zelve
is hier zoo eategoriseh mogelijk (art. 71): ,,de weten-
` nseliappelüke titels in deze wet bedoeld, geven geenerlei
,,bevoegdheid tot het uitoefenen van een beroep of bedrijf,
- ,,noel1 tot het bekleeden van een openbaar ambt of be- 1
pf, I, ,,diening." Indien er een ander middel bestaat om de ge-
schiktheid tot praktijk te leeren kennen dan een examen,
is de twijfel in de Mem. van Toel. te verdedigen. Mij is 1
dat echter niet bekend; want wanneer men proeven van Q3
bedrevenheid in de praktijk verlangt, hetzü dan door het
stellen van een proefjaar, of door praktische behandeling
aan bet ziekbed, of door het voorleggen van een easus-
positie, in alle gevallen zal er dan toch ee11e commissie
van beoordeeling of toelating zijn, waardoor men vanzelf
‘ weder tot een examen komt.
Door art. 71 worden dus onmisbaar staatsexamens (al-
thans in den rnimeren zin des woords) in het leven ge-
1 roepen en waarschijnlijk de regeling van al deze examens
aan de wetgevende macht overgelaten. Moeht men nu meenen,
j dat toch aan de senaten te veel wordt toevertrouwd,
k 1

Q
lg