HomeEenige opmerkingen omtrent het aanhangige wetsontwerp op het Hooger OnderwijsPagina 37

JPEG (Deze pagina), 895.25 KB

TIFF (Deze pagina), 7.89 MB

PDF (Volledig document), 47.56 MB

S 35 i
worden door een overzicht van de geschiedenis van ons 1
veorbereidend hooger onderwijs. fi
Meermalen heeft zich bij mij de vraag opgedaan, waaraan A
W lyl het is toe te schrijven dat de Duitsche gymnasiën zich i11
omvang en in aantal van leerlingen zoozeer van de onze
i onderscheiden; onbeteekenende plaatsjes hebben daar scho-
, , len met meer dan honderd leerlingen, terwijl bij ons de
ll grootste steden dat getal niet kunnen halen. Reken we- _
gens den langeren cursus van de Duitsehe gymnasiën een
vierde van de leerlingen minder, dan nog bestaat er hoe-
ll _ genaamd geen proportie. BQ ons heeft zeker het bijzonder
4 l voorbereidend hooger onderwijs meer uitbreiding verkregen.
_) , Maar dan blijft de vraag, hoe het komt, dat dit ook in
A Duitschland niet geschied is. Onze latijnsehe scholen en
r gymnasiën zgn kwijnend; zij zijn niet alleen in het aan-
tal der leerlingen, maar ook in den omvang van het
l onderwijs van den aanvang van de republiek af achteruit
ü gegaan. De Hollandsche latijnsehe scholen hadden in het
pi jaar 1625 physiea, ethiea, arithmetica, sphaeriea in het Q
4 leerplan opgenomen; stijloefeningen, rhetoriea en logiea
namen eene ruime plaats in. Op de Friesche sehoolorde
~ g van 1588 komen declamationes en earmina, dialeetiea en
_ , rhetoriea voor. Op het leerplan voor de Hieronymus-school A
1 te Utrecht van 1565 vindt men insgelijks rhetoriea, dia-
lectica, declamatiunculae, sphaerica, physica. Voorberei-
l ` ding tot vakstudie bedoelt het onderwijs daar op de eerste
Q (hoogste) klasse blijkens de woorden: si qui forte in hac
classe prima) et praecedenti erunt, qui cupiant aliquando
{ ad saeram Theologiam adspirare, ut sibi hebraicae linguae
j cognitionem cum utilem tum neeessariam existiment, iis
, j hora aliqua subseciva eius linguae rudimenta eoronidis
{5 u