HomeEenige opmerkingen omtrent het aanhangige wetsontwerp op het Hooger OnderwijsPagina 14

JPEG (Deze pagina), 922.60 KB

TIFF (Deze pagina), 7.85 MB

PDF (Volledig document), 47.56 MB

C ·` V
d gn
12 ë
r hebben. Ook is mij het onnitvoerbare nog niet duidelijk
geworden. Bij zeer druk bezochte faculteiten, b.v. de ju-
ridische, konden des noods twee commissies werkzaam
zijn, zoodat het lot bepaalde, door welke der beide com-
, rnissiën elk der adspiranten zou worden geëxamineerd. E
Persoonlijke bekendheid met de examinandi is voor de
examinatoren eene dikwijls zeer onaangename zaak; de
overtuiging dat een student zijne beste krachten heeft
, ingespannen, en dat er van hem, al herhaalt hij zijne pogin-
. gen, niets meer te verwachten is, kan verlarnmend werken.
De docent, die kan nagaan wat een examinandus ge-
weest is, en hoe hij voor zgnc beperkte vermogens soms
g reuzenvorderingen heeft gemaakt, schat, ook met den
lig besten wil om zich gelnk te blijven, den absoluten omvang
en de deugdeli_jkheid van de kennis van zgn leerling licht
te hoog. Daar staat, ik erken het, veel tegenover. Voor-
eerst kan de aemulatie der verschillende universiteiten van ï
, invloed zijn op de wederzijdsche beoordeeling van leerlin- ;
gen, gelijk dat in België schijnt gebleken te zgn. Ofschoon
ik aan dit bezwaar bij ons niet veel gewicht wil hechten,
is het toch niet te voorkomen, dat het publiek aldus
i oordeelt en daarom de onpartijdigheid der commissie in
i twijfel trekt. In de tweede plaats hecht niet elk akade-
rnisch docent hetzelfde gewicht aan elk onderdeel zijner
l wetenschap; en zoo zou het kunnen zijn dat iemand wer-
l kelijk verdienstelijk was in zijn vak, maar niet in de N
richting, die toevallig in de examencommissie praedomi-
E neerde. Eindelgk, in de derde plaats, zou het vooruitzicht
van een onderzoek door vreemde examinatorcn van den
beginne af in de studie het muim mm. mutinm in de hand
i kunnen werken, in zooverre als elk onderdeel van het vak ‘
!
i e ä
_ . .,- J