HomeEenige opmerkingen omtrent het aanhangige wetsontwerp op het Hooger OnderwijsPagina 10

JPEG (Deze pagina), 939.51 KB

TIFF (Deze pagina), 7.83 MB

PDF (Volledig document), 47.56 MB

8

wanneer hun het programma der akademische examens
wordt overgelaten, dan zou men daardoor m. i. toonen al
zeer weinig bekend te zijn met den actueelen toestand,
met den aard van ons akademisch onderwijs, dien men niet j
door een wet op eens kan veranderen, en met den voort- l
gang der wetenschap. De wet kan vakken aanwijzen, meer
niet; in welken omvang C11 hoe het examen in elk vak
C zal worden afgenomen, zullen de examinatoren in hunne »-
{ hand hebben. Van hunne nauwgezetheid hangt het af,
= welke waarde 611 waarborg de examens zullen opleveren; ’
de wet kan niet zorgen, dat het examen goed zg; het is I
. genoeg bekend, dat een examen, van welks ondoelmatig- ­
, heid men overtuigd was, zeer ongelijkmatig en soms zoo ·
= slap is afgenomen, dat het hoegenaamd geen beteekenis ,
` had, terwijl in de medische faculteit in vakken is ge-
ëxamineerd, die niet vereischt werden. Men moge het af-
_i. keuren, maar het feit is er eens. Indien de mannen der
wetenschap het vertrouwen van de Regeering en de verte-
, genwoordiging genieten, is het te verwachten, dat zij in het
gevoel van de op hen rustende verplichting, het programma
der examens met zorg zullen overwegen en met nauwgezet- A
heid uitvoeren. Op de senaten berust dan de geheele ver-
* antwoordelijkheid, terwijl een wettelijk voorschrift, dat ‘
uit den aard der zaak mettertijd veroudert, de verantwoor-
delijkheid voor een deel ontneemt aan hen, die haar het
best op zich kunnen nemen. Indien de faculteiten overtuigd "
, zijn van het ondoeltreffende der examens, zullen zij zelven
het initiatief moeten nemen tot verbetering en daartoe kun-
nen geraken zonder den omslachtigen weg der wetgeving.
· De grens tusschen wetenschap en praktgk is dus in
het wetsontwerp goed getrokken; aan de wetgeving is