HomeVoorheen en thans, 1828-1878Pagina 7

JPEG (Deze pagina), 854.74 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 57.47 MB

gl
.:§‘
5 il
wi
De natuurwetenschappelijke vakken waren alle in handen j
h van medicinae doctores, leden der geneeskundige faculteit.
, BCERHAAVE b. v., het best bij het algemeen bekend als
arts, was professor in de scheikunde en in de plantkunde, ; j
j en heeft zich als zoodanig voor de wetenschap veel ver-
j dienstelijker gemaakt dan door de vorderingen die hij der
_ geneeskunde deed ondergaan. Het toen bestaande gebruik
ij om het onderwijs in natuurwetenschappelijke vakken aan
{ leden der medische faculteit op te dragen die tevens ·
Y praktische artsen waren, heeft soms zonderlinge gevolgen
. gehad. Aan eene onzer akademiën bestond nog in het
i begin dezer eeuw het door langdurige gewoonte tot een
soort van recht geworden gebruik dat de oudste professor
in de medische faculteit directeur van den hortus werd ·
en in die hoedanigheid het daarbij behoorende huis be-
woonde. Nu bracht Wirrnrr I, toen hij nog souverein ,_
vorst was, een bezoek aan die akademiestad en ook aan
den zich daar bevindenden hortus. ’) Natuurlijk werd Z. K H. ·
door den directeur rondgeleid. Deze nu was een zeer goed
' anatoom, maar een zeer pover botanicus. Van de planten
in den hortus aanwezig, kende hij slechts weinigen bij V
naam. Doch hij wist zich te redden. Wanneer de vorst
hem naar den naam eener plant vroeg en hem de ware
I- naam onbekend was, dan noemde hij haar deliazkies, im?
. '_ caps, sazziazzzzs, sz‘e1·7¢0cZezkZ0­masiazkiem, enz., de geheele i
myologie ter hulp roepende, - en de vorst was tevreden.
Aan zulke' misbruiken nu maakte de oprichting eener .
afzonderlijke wis- en natuurkundige faculteit op eens een
` einde. Daardoor werden de natuurwetenschappen geëman­
‘ "" "" V,
’) Ik onthoud mij hier opzettelijk van het noemen van den anat00m­botanicus
en van de akademiestad, waar het verhaalde plaats greep. Men weet dat ons . j 1
vaderland toen vijf steden telde, die op dien naam aanspraak konden maken. Voor j ­
de waarheid van het feit zelf, dat ik uit goede bron vernomen heb, meen ik te
‘ IT)Og€H IHSTELZID.
gi
1