HomeVoorheen en thans, 1828-1878Pagina 65

JPEG (Deze pagina), 824.89 KB

TIFF (Deze pagina), 7.27 MB

PDF (Volledig document), 57.47 MB

l
l
K _ Het gezegde moge over de pracsarzfzkz voldoende zijn.
J i Nu iets over de rzvzicceeicvzizkz. Eerst door naar het ver-
ledene, waarin het tegenwoordige wortelt, den blik te
wenden, kan men dit laatste goed begrijpen.
Amsterdam had een Athenaeum en eene daarmede in
verband staande Geneeskundige School, met een wel is
waar klein getal professoren, 1naar waaronder verschei-
. dene die niet alleen ·Amsterdam maar ons geheele vader-
` land tot groote eere strekten.
In den regel werd toen te Amsterdam goed gestudeerd.
i De door de akademische faculteiten afgenomen examina
hebben dit bewezen. Hierbij moet men echter wel in · { 1
n het oog houden: dat het in dien tijd eene groote zeld- ,
zaamheid was dat een- Amsterdamsch student niet bij ’
_ zijne ouders aan huis woonde. Toch hebben wij hier
een nieuw bewijs, zoo het nog noodig ware, dat het,
voor het dragen van goede vruchten door het hooger
,_. onderwijs , minder op de uitgebreidheid der daartoe be- ‘
Q stemde inrichtingen, dan op den ijver en de werkzaamheid
* van professoren en studenten aankomt. 1
I _ Intusschen bestond er sedert vele jaren bij de Amster- "
i damsche professoren een grief Zij waren alleen belast
» met het onderwijs, niet met het examineeren hunner
’j leerlingen. Akademische graden mochten alleen door de
Akademische faculteiten worden uitgedeeld. In zekeren
_ zin ·was deze grief billijk, in zoo verre namelijk als het l
Ik voor het groote publiek den schijn had alsof de profes-
soren aan de Akademien hooger in rang stonden dan die
L aan het Athenaeum. Nu geloof ik niet, dat hunne collegen
j aan de Akademien dien trouwens belachelijken waan gedeeld
· hebben, nog minder dat zij hun dit ooit hebben laten
Q voelen, maar toch de grief bestond, en daarmede had bij j
Q de herziening van de wet op het hooger onderwijs rekening
; moeten gehouden worden. Men had b. v. het examineeren
j