HomeVoorheen en thans, 1828-1878Pagina 27

JPEG (Deze pagina), 807.05 KB

TIFF (Deze pagina), 7.09 MB

PDF (Volledig document), 57.47 MB

c El

· . r
«> ‘ ` Y ll
25
·i
l worden en het pessimisme meer en meer aanhangers vindt,
vertoont het beeld van S. v. D. Kou; zich in de herin­ l "
nering aan ons als een bijna vreemd verschijnsel in de
' hedendaagsche wetenschappelijke wereld, waar aan het A 4]
3 gemoed alle recht wordt ontzegd om mede te spreken.
j A Doch ofschoon aan de juistheid van dit standpunt, voor g
j zoo ver elke wetenschap naar zuivere objectieve waar-
heid moet streven, niet te twijfelen valt, en men de j
oogen des gemoeds nooit onvoorwaardelijk vertrouwen A
jj · kan, zoo gebeurt het toch wel eens dat zij scherper zien
{ dan de oogen des verstands, of, beter gezegd, beiden
moeten elkander ondersteunen en versterken; de geheele
mensch moet zien. Zoo eerst ontstaat enthusiasme, liefde
Ft voor de wetenschap waarop wij ons toeleggen. En, zelfs
j op het gevaar af, dat dit enthusiasme ons soms op een
Z dwaalspoor leidt, moeten wij het toch koesteren, omdat L
x het de veer is die den onderzoekenden geest drijft.
l Dit enthusiasme nu bezat S. v. D. Kou; in hooge mate. I _ j
Niet enkel op het_ gebied waarop hij zich bij voorkeur i i
bewoog, maar op elk ander gebied van menschelijke I
kennis begroette hij iedere gewichtige ontdekking met 2 ,
de grootste belangstelling, die hij in de levendigste be- i j
woordingen te kennen gaf
0 ' Dat zulk een man voor zijne leerlingen ook nog iets
g anders was dan enkel docent, spreekt van zelf Warmte E.
verwarmt. Zoo ging het ook ons die zijne lessen bij-
woonden. Zeker heeft nooit eenig hoogleeraar in zijne
vroegere leerlingen meer blijvende vrienden gevonden jg
dan SCHROEDER vAN min Korn. , i i
A Hoe nu waren vóór een halve eeuw de wetenschap- V
E pelijke inrichtingen aan de Utrechtsche Akademie? Dat lj
j de middelen tot onderwijs, tot onderzoek en tot eigen

4