HomeVoorheen en thans, 1828-1878Pagina 24

JPEG (Deze pagina), 795.28 KB

TIFF (Deze pagina), 7.07 MB

PDF (Volledig document), 57.47 MB

ii i o l
‘«
ll
{ zz _,
jl gekomen, keek hij ons met zijne groote oogen scherp
ix aan en wees naar den hond, zeggende - natuurlijk even
als altijd in het latijn - dat die hond hem een geval te j
binnen bracht, hetgeen te Salamanca had plaats gehad. (
Daar was namelijk een paard een der gehoorzalen van `
ïl de akademie binnengeloopen, en toen de aanwezigen j
zich over een zoo vreemden auditor verwonderden, had
de professor gezegd: ` j
'Quid miraris equum nostras intrasse palestras!
l. Ubi tot adsunt asini, cur non intraret equus? · +
Natuurlijk klapten wij alle in onze handen, lachten
hartelijk om den goed aangebrachten zet, en een onzer
J stond dadelijk op en liet den hond de deur uit.
i Het verfrisschend element in de medische faculteit waarop I
j ik boven zinspeelde, was ]. L. C. Scnnonnma VAN DER KOLK, l
i die in 1826 den verdienstelijken BLEUTLAND, toen deze zijn ij
emeritaat had erlangd, voor anatomie en physiologie was
‘ opgevolgd. Behalve in deze beide vakken gaf Scrnaonnnx
vtm om Kou; nog lessen in de pathologia anatomica, I _
lQ· leidde de lijkopeningen en hield op ons verzoek een
bijzonderen cursus over psychiatrie, iets dat hem en ons
i door Worreinsnsk zeer ten kwade werd geduid, terwijl
ii" deze niet kon nalaten ons bij meer dan eene gelegenheid
li te doen gevoelen dat dit een inbreuk op zijne rechten
ig als professor in de praktijk was. Men weet dat S. v. D.
ju Kom; reeds tijdens zijn verblijf als geneesheer aan het
E buitengasthuis te Amsterdam eene speciale studie van de
lj krankzinnigheid had gemaakt en dat de ongelukkige
_ krankzinnigen in dien tijd schier overal in ons land in l
zoogenaamde dolhuizen op de onmenschelijkste wijze wer-
den behandeld, niet veel beter dan alsof zij wilde dieren
waren geweest. Dat hieraan een einde is gekomen, dat
· de dolhuizen overal door goed ingerichte krankzinnigen­ i