HomeDe Brielsche waternimf en de aesthetiekPagina 7

JPEG (Deze pagina), 791.91 KB

TIFF (Deze pagina), 6.94 MB

PDF (Volledig document), 13.73 MB

l
, 3
[ Wij meenden dat deze overweging juist tot eene tegen-
; overgestelde gevolgtrekking moest leiden, zooals dan ook
door de meeste aesthetici geschiedt. De tooverachtige
l werking van het licht en bruin, waarmede Rembrandt
zulke wonderen gewrocht heeft en het machtig hulpmiddel
van het koloriet, dat door de schilders zoo dikwijls
, misbruikt wordt, om het oppervlakkig publiek te be-
l goochelen en de gebreken der teekening te bedekken,
_ li zijn den beeldhouwer geheel ontzegd. Hij moet bij zijn
, rondgewerkte beelden, op plastisch-tastbare wijze, door
jf den adel der vormen trachten te vergoeden, wat zijn
li gelukkiger kunstbroeders, op zooveel gemakkelijker wijze,
" door een optisch bedrog vermogen uit te drukken. Toe-
' vallig is het verschijnsel dan ook zeker niet, dat tegenover
‘è de betrekkelijk vele goede schilders, slechts enkele bekwame
l beeldhouwers worden aangetroffen.
j Wat hij omtrent de noodzakelijkheid der kunsteenheid
i_ opmerkt, is volkomen juist, hoewel hij daardoor in onze
W oogen te schuldiger wordt, waar zijn eigen ontwerp tegen
je dezelfde voorschriften zondigt, die hij blijkbaar zoo goed
` schijnt te kennen. Hij heeft eene wanhopige en onmoge-
lijke poging beproefd, om het idyllisch element, in de
nimf vertegenwoordigd, met het heroisch denkbeeld, in
de vlag uitgedrukt, in overeenstemming te brengen.
Even behartigenswaard is zijn opmerking: ,,dat het wezen
Qa der zaken goed moet bestudeerd worden, eer men een
begrip kan verkrijgen over de vormen, die het best
à , kunnen dienen, om die zaken aanschouwelijk te maken,"
° maar zijn nimf levert wederom het bewijs, hoe weinig hij
zich rekenschap heeft weten te geven van het onderwerp,
dat hij geroepen werd plastisch voor te stellen.
VVanneer de schrijver iets verder met zijn uitdrukking
,,onberedeneerde kunst bestaat niet" eenvoudig wil zeg-
""· gen, dat de kunst niet met het gezond verstand mag
strijden, zal iedereen het terstond met hem eens zijn.
`Wanneer hij echter, zooals in verband met het vooraf-
l

!
(
rl
l