Homefeest van 1 april 1872Pagina 19

JPEG (Deze pagina), 758.37 KB

TIFF (Deze pagina), 6.74 MB

PDF (Volledig document), 15.12 MB

i staande uitsluitend in het trakteren der kinderen` op chocolade en krenten- ·
· broodjes, met de bepaling zoo de collecte meer dan daartoe noodig zoude
I opbrengen, het overblävemle voor het Asyl zoude worden beslemd. Op de
’ vraag of het gemeentebestuur aan de feestviering deelnam, werd door mij
‘ ontkennend geantwoord. Dit geschiedde plus minus 12 dagen vóór 1 April.
I Kort voor dien dag komen een paar heeren der commissie bij mij om het
1 gemeentebestuur te verzoeken, de vlag van den toren van het gemeentehuis
Y voor humze rekening te mogen uitsteken. Ik antwoord, dat ik daartoe het à
‘ verlof niet kon geven, zonder daarover het college van B. en W. te hebben
‘ geraadpleegd. Men drong op nieuw aan op de aanwezigheid van een malle-
’ molen, die bij het opmaken van het programma daarvan op mijn verzoek,
wegens den 2 Paaschdag was weggelaten. Ik zeide, vermits die op privaat [
’ terrein zoude worden gesteld, dit niet te kunnen beletten.
Burgemeester en wethouders, in aanmerking nemende, de nietángenomenheid
van de groote meerderheid der bevolking met het feest, achtten het geraden L
‘ het uitsteken der vlag op den toren te weigeren, om de minste aanleiding 1
tot ongeregeldheden weg te nemen. Q
Na en om dit besluit nam ik mijn ontslag als lid der commissie. {
Van de zijde der commissie en die met haar instemden, als behoorende tot ‘
den fatsoenlijken stand, waren ongeregeldheden zelfs bij ontevredenheid niet te ‘
· vreezen en aan de tegenstanders van het feest was de aanleiding tot aanstoot
ontnomen.
Voor mijn vertrek raadpleegde ik nog den oudsten wethouder: die als man
van het volk meer dan ik de gemoederen kan beoordeelen. Hij zeide mij, .
dat niet de minste vrees voor wanorde bestond en hij mijne afwezigheid min- *
. der gaarne met een vastenavond of kermis zag dan nu.
Na deze mededeeling bestond bij mij niet de minste ongerustheid. Ik heb I
de overtuiging dat zoo door het gepeupel uit Emmerik geen gewelddadigheden
waren gepleegd, alles in de beste orde zoude zijn afgeloopen. Of de geuite ‘
meening dat het van uit ’s Heerenberg zoude zijn aangezet is gewettigd, zal I_
uit het streng ingesteld onderzoek blijken. Zoo dit het geval mogt zijn, dan I
is het plan daartoe stil en fijn gesponnen , want zoo als uit het bovenstaande
blijkt, werd niets daarvan vermoed, ook niet door de commissie of den wet- ;
houder. ;
Ik heb de eer te zijn ‘
’s Heerenberg, UEd. Dw. dienaar,
7 April 1872. C. v. Huennrorn.
.Bm·gemeest€ï· .
C.) Het telegram van 2 April 1872: ·-
TELEGRAM.
Maatschappij tot exploitatie van I
Staatsspoorwegen. Telegram NO. 5. i
Aangeboden te Doetinchem den 18 ten 2 n. 7 m. n. middags X
2/4 72
Ontvangen te L. den l8 ten 44 u 35 m. n. middags ·
Hugenpoth op Medler i
Lochem Expresse Vorden.
Tehuiskomst zeer gewcnseht, hooge onaangenaamhedcu, mishandeling hebben j
plaats gehad, glazen ingeworpen. 1
Knut., ;
Voor afschrift ’
(Gm!.) Brrro.
` 9