HomeMijn verblijf te 's Gravenhage op 5 en 6 November 1873, tijdens de faillietverklaring van het bankiershuis Overklift & Pagina 9

JPEG (Deze pagina), 653.56 KB

TIFF (Deze pagina), 7.39 MB

PDF (Volledig document), 10.75 MB

l I Z r
I ·
§¥
7
vader zouden bijeenkomen, om den stand der zaken te A
‘ overleggen en, indien zich aanvragen voordeden voor
teruggave van fondsen, waarvan de eigenaars bekend waren,
Y daartoe in den brandkelder te gaan.
Tot dit laatste meldde zich aan de Heer M. It, waarop
· ik, bijgestaan door een der procuratiehouders, in den brand-
kelder ging en slechts de portefeuille daaruit kreeg, die
> de Heer M. It. recht had te vorderen.
De inhoud bleek niet overeen te komen met de op- I
gaven van dien eigenaar, doeh ZEd. gaf aan de bedienden I
I een reçu van hetgeen door ZEd. werd terug ontvangen. t
Daarop werden de Heeren M. uit Rotterdam aange- .
_ diend, die mij mededeelden de zaken met het kantoor af t
ft te breken en die aan de Heeren S. & Z. op te dragen. Ik
E I verzocht hun (met het oog op de voorgenomen zamenkomst
i met de familie), te wachten tot het einde der week, doch
j dit bleek vruchteloos.
T Inmiddels bleek er op kantoor, waar ik mij slechts bij `
t’ ’t openen en sluiten van de kasten en ’t sehrijfbureau in
tegenwoordigheid van een der procuratiehouders bevond en heb
veel aandrang tot betalingen te zijn geweest en kwamen de
Heer Graaf L. v. B. en de Heer P. bij mij binnen. De Graaf
v. B. vroeg om zijne portefeuille met 'effecten. Ik deelde
hem mede, dat de lIeer IIenri de G. mij over Z. II. G. had
gesproken en de hoop had geuit, dat de zaak van ZHG. in
j orde zou komen, waarna ik ZHG. verzocht tot den volgen-
I den dag te wachten, waarmede ZEIG. verklaarde geen genoe-
l
&
`I 1 1Z’l