HomeMijn verblijf te 's Gravenhage op 5 en 6 November 1873, tijdens de faillietverklaring van het bankiershuis Overklift & Pagina 16

JPEG (Deze pagina), 668.08 KB

TIFF (Deze pagina), 7.31 MB

PDF (Volledig document), 10.75 MB

1 1
j .
j •
11.
Mijn-Compagnie Nederland (Oaribou) kennen, niet behoe-
ven te worden herinnerd. ¢
Dat deze loodinijn-zaak, en deze zaak als ’t ware j
uitsluitend, mij thans nioeijelijkheid geeft, is veroorzaakt j
ifi doordien ik door anderen, zelfs ondanks jegens mij als i
heilig aangegane verbindtenissen, ben teleurgesteld.
K De zaken met de Banque T. d’Esp. ontsproten vooral
uit het vertrouwen in den gouverneur, den Heer C. D.
Yan het bestaan dezer Bank heb ik het eerst van den Heer
H. de G. kennis bekomen, en la.ter dat zij reeds in belang- W
rijke geldelijke relatie stonden, terwijl in den aanvang van j
li dit jaar de Heer ll. de G. hier te A. is gekomen om mij
den Heer C. D. te presenteren, met verzoek hein in relatie E
te brengen met bekende vrienden van mij, chefs van Q
r aanzienlijke Bankiershnizen of Bankdnstellingen.
Zij hebben den Heer G. D. steeds met eonsideratie be-
f handeld, en relatiiin met hein onderhouden, die belangrijke L
E
j ’ operatiën in Spanje of met het Spaansehe Goevernement l
i ten doel hadden. 4
Ik heb nooit een boek van of op het kantoor van
Overklift & Go. inwendig gezien, noch een balans of staat, j
waaruit mij de stand der zaken kon blijken.
Het kapitaal, waarmede zij werkten, was mij niet bekend, ’
Ik vermoedde dat de liïlllllllê rijk en wist da.t zij aan rijke Q
lieden geparenteerd was; dat Henri de G. een groot vertrouwen
J
genoot, dat zonder details te kennen, gelden en effecten
door prineipalen, familieleden en vrienden a deposito, of l
l

l f
l
·
.
E; jj W s .