HomeMijn verblijf te 's Gravenhage op 5 en 6 November 1873, tijdens de faillietverklaring van het bankiershuis Overklift & Pagina 15

JPEG (Deze pagina), 620.53 KB

TIFF (Deze pagina), 7.32 MB

PDF (Volledig document), 10.75 MB

Q;
13
0
l
l Maar, zal men zeggen, bestond er tusschen U en l
i ll. de G. niet eene zoodanige intimiteit, dat deze, in
verband met uwe aan de aanvvezigen niet verklaarde tegen- `
woordigheid op Woensdag- en lloinlerdagnrorgen, meer
j moest doen vermoeden dan wel duidelijk was? ,
Y
Er bestond intimiteit en neen. l
l Er waren twee loopende zaken, waarvan niij bijzonder- l
heden bekend waren.
Zij betrolten de ederlandselie en 'l`w<·ede Xederlandselie
l lioodinijn en de genoenide Banque T. d’Esp., of juister l
i' de relatie tot haar(lonverneur, den Oud­Minister (T. il). ’
g In de zaken van de Loodniijn, Waarvanik(J0n11nissaris M l
l was en sedert Presirleiit van de Connnissie van Liquidatie, l
was de (irma door inijne tusselienkoinst geïnteresseerd l`
geraakt. Mijn geldelijk belang en dat van anderen mijner Q
'ljl vrienden overtrof dat van de firma Overklift zelfs op het
j hoogste standpunt dat liet bereikte.
()ver deze zaak kan ieder die er belang in stelt - en _ v
J
E zij verdient het, zieli aan liet kantoor der (ïonnnissie van
liquidatie, Geldersdiekade, No. IOO, te Anisterdain, niet
j alle bescheiden inlichting versehallen. Het afwisselend oor-
‘ deel over de waarde van dergelijke onderneiningen zal aan
lien, die de lange geschiedenis van de Mijn llolland,
van Billiton, Bleijberg Es Montsen en laatstelijk van de
» .
*
l
. l
l
. ;.>