HomeMijn verblijf te 's Gravenhage op 5 en 6 November 1873, tijdens de faillietverklaring van het bankiershuis Overklift & Pagina 13

JPEG (Deze pagina), 679.68 KB

TIFF (Deze pagina), 7.32 MB

PDF (Volledig document), 10.75 MB

C
ll
daar aanwezige waarden haalde, die de eigenaren con-
‘ troleerden, waarbij bleek dat veel ontbrak, waarna de over-;
l gebleven waarden weder in den brandkelder op gelijke wijze
l werden teruggebragt. Sueeessivelijk verschenen daarna de
l kantonrechter, die tot verzegeling overging en de Heer
Substituut Otlieier v. Justitie Jhr. Mr. B. O. de Jonge.
Door dezen werd prooes­verbaal opgemaakt, dat voorna-
j melijk het bovenstaande behelsde, en op zijne vordering het { ·
Y faillissement uitgesproken.
j Door het feit dat de sleutels in mijn bezit waren gebleven, il
ofschoon geconstateerd werd dat ik slechts eenmaal en dat é
met een der proeuratiehouders in den brandkelder was ge­
weest, alsook door eene uitdrukking van den Heer M. uit
' ¢ Rotterdam, waarvan ik sedert de aanleiding heb ontdekt,
j was onder de talrijke aanwezigen zoodanige opgewonden- l
heid ontstaan, dat wellicht vuistrecht eene discussie zou
hebben vervangen, die op dat oogenblik nogtans onmoge·»
. . lijk bleek. l
t Ik heb echter in tegenwoordigheid van allen nog ge- [
V legenheid gehad luide te verklaren, dat men my' sfeezfs en
l 0p e/te c0m·e2m6/e plaats bereid zw; eim/ev al {Ze i¢zZz`cá~ l
‘ ztivzgea Ze geren., die in mgfn venxzegeu warezz. Dit scheen
mij op dat schier wanhopig oogenblik ’t cenig mogelijke
. antwoord. Vóór mijn vertrek vroeg de Heer Substituut
‘ Otlicier van Justitie mij afzonderlijk in een der boven-
vertrekken nog eenige inlichtingen, waarop ik volledig
kon antwoorden. Deze geachte ambtenaar van het open-
Y
t *1
r ë
. l