HomeDe methode welke thans bij de beoefening der sterrenkunde moet gevolgd wordenPagina 8

JPEG (Deze pagina), 748.11 KB

TIFF (Deze pagina), 8.26 MB

PDF (Volledig document), 28.35 MB

·%»
{'S j
1
derd was, hadden zij toch met zekerheid doen zien, dat zij A
op veel grooter afstand van ons ligt dan de zon en de planeten. -
Met meer volkomen hulpmiddelen was dat onderzoek later
i wederom opgevat; ook toen mocht het niet gelukken dien ­
afstand te meten, maar juist uit die mislukking kon men `
het besluit trekken dat hij nog aanzienlijker was dan Keppler
zich had voorgesteld, en dat hij ten minste honderd duizend
maal grooter moest zijn dan de afstand van de aarde tot l
de zon. Vertoonden, zoover van ons verwijderd, de sterren i
zich nog als zulke schitterende lichtpuntjes, dan zeker moes- (
ten zij in plaats van kleine stippen kolossale lichamen zijn, t
welke wellicht niet voor onze zon in grootte behoefden on- 4%
der te doen. nl
Dit was het eenige wat men omtrent die sterrenwereld voor j
ongeveer eene eeuw kende; hare afmetingen moesten verba­ E
zend groot zijn, doch omtrent al het overige heerschte vol-
` slagen onkunde. ·‘
Die toesand zou echter niet lang meer duren; in 178I
j · trad de oudere Herschel op met zijne eerste onderzoekingen
j aangaande de hoogere deelen des hemels, en van dat oogen- j
blik dagteekent de periode, waarin wij de vroegere volmaakte i i
rust in die streken meer en meer zien plaats maken voor ,
de meest verschillende bewegingen, die ons ten slotte de Ji
overtuiging hebben gegeven dat ook buiten het planeten- 1
stelsel overal de verschillende lichamen door krachten aan
elkander verbonden zijn. , ‘
Het was eene prachtige wereld , welke zich op dien onnoem­ Q