HomeDe methode welke thans bij de beoefening der sterrenkunde moet gevolgd wordenPagina 7

JPEG (Deze pagina), 746.34 KB

TIFF (Deze pagina), 8.25 MB

PDF (Volledig document), 28.35 MB

·
E t
ll
è
. Eene beschouwing van deze beide methoden komt mij he~
" langrijk genoeg voor om als onderwerp eener rede in dit uur te
è dienen; maar, wilde ik daarin het geheele gebied der sterren­~
*‘ kunde opnemen , dan zeker zou ik ver buiten de mij gestelde
j grenzen treden. Ik moet mij dus beperken, en wil trach·
j ten alleen met betrekking tot de h-oogere deelen des hemels
+ den ontwikkelingsgang der sterrenkunde na te gaan, om daar-
? uit te besluiten tot datgene, wat nu moet gedaan worden
i om dit deel der wetenschap verder uit te breiden.
j' Tot voor ongeveer eene eeuw was het met onze kennis
van die hoogere hemelstreken treurig gesteld. Buiten de
i r planetenwereld, waarin het oog overal beweging bespeurde,
ri bevond zich voor de toenmalige sterrenkundigen eene ruimte,
die men als het _meest sprekend voorbeeld van eeuwige rust
i _ en onveranderlijkheid kon beschouwen. Al de sterren, die
zich daarin bevonden, schenen ten opzichte van elkander den· j
· zelfden stand te behouden en van onderzoekingen, welke in i
. dien tijd alleen op waargenomen bewegingen konden berus­
i ten, was dus geen sprake. i l
j iAlleen, en dit was reeds een betrekkelijk groote stap
~ vooruit, had men de onjuistheid ingezien van vele ongerijmde
i meeningen der ouden. In den regel beschouwden dezen de
sterren als betrekkelijk kleine lichtende stippen, die vrij na­
i i bij de aarde aan een gewelf waren bevestigd. Reeds Co-
d pernicus en Keppler hadden het valsche van deze voorstel~ j
‘ ling aangetoond, en hoewel zij er niet in geslaagd waren
ik te bepalen hoe ver die sterrenwereld van de aarde verwij­­