HomeDe methode welke thans bij de beoefening der sterrenkunde moet gevolgd wordenPagina 24

JPEG (Deze pagina), 782.59 KB

TIFF (Deze pagina), 8.35 MB

PDF (Volledig document), 28.35 MB

i ·

V ü
22
Kon 1nen met volstrekte nauwkeurigheid alle metingen aan j
den hemel verrichten, dan zouden waarnemingen omtrent de *5*
standverandering der sterren gedurende eenige jaren met
i ijver voortgezet toereikend zijn om de hoofdvragen tot op-
I lossing te brengen. Maar helaas, op die volstrekte nauw- l
keurigheid is in de sterrenkunde evenmin als in eenige andere j
wetenschap te rekenen. De uitkomsten van alle metingen ,,
zijn onjuist en de fouten, die men begaan kan, zijn allicht
vele malen grooter dan de verplaatsingen, die men verlangt X
te bepalen. Zoowel zij, die sterrenkundige werktuigen ver- j
vaardigen , als de astronomen, die er zich van bedienen, heb-
ben voortdurend getracht de fouten kleiner, de nauwkeu­
righeid der waarnemingen grooter te maken, doch gaat men
na wat hieromtrent de laatste twintig jaren leeren dan schijnt l
het dat in die richting voorloopig het uiterste bereikt is, en j
dat het een wanhopig streven is door juiste plaatsbepaling
der sterren de wetenschap met nieuwe feiten te willen »
verrijken. i
Vergelijkt men hiermede wat de nieuwe richting in de l
astronomische waarnemingskunst heeft opgeleverd, de ontdek-
kingen omtrent de natuur der hemellichamen en omtrent de nade-
ring of verwijdering der sterren met betrekking tot de aarde, dan j
` zeker zou men zeer geneigd zijn om bij de verdeeling der
krachten, waarover de sterrenkundige wetenschap te be- j
schikken heeft, zoowel wat personen als wat observato­ ii
riën aangaat, het grooter deel te bestemmen voor physische L
onderzoekingen, het kleiner deel voor waarnemingen volgens i
t ä