HomeDe methode welke thans bij de beoefening der sterrenkunde moet gevolgd wordenPagina 23

JPEG (Deze pagina), 754.84 KB

TIFF (Deze pagina), 8.29 MB

PDF (Volledig document), 28.35 MB

1
l
•(•·
21 a
L schap op geringe waarde te schatten, maar hoeveel ontbreekt
er nog eer werkelijk het gebouw voltooid kan genoemd wor-
den. Hoe gering zijn de waargenomen feiten, waaruit men ge-
,. volgtrekkingen heeft afgeleid! Van de millioenen sterren, die
wij kunnen zien, zijn er slechts eenige duizenden, waarvan
j de eigen beweging bij benadering bekend is, van een vier-
, of vijftal zijn de afstanden ten ruwste gemeten, en van slechts
j enkele nevelvlekken en sterrenhoopen is de natuur ontsluierd.
l i En is die kennis nog slechts onvolledig , andere gegevens , welke
. toch onmisbaar zijn om tot het einddoel te geraken, ontbre-
ken ons geheel. Omtrent den vorm der banen, die de sterren
Q om het gemeenschappelijk zwaartepunt van hun stelsel beschrij-
« ven, is ons niets bekend, op de vragen hoever zich dit stelsel
uitstrekt, of de hemellichamen daarin op eene bepaalde wijze
verdeeld zijn, wat de rol is welke nevelvlekken en
Wi sterrenhoopen daarin vervullen, moet men eenvoudig het
' antwoord schuldig blijven, en het is wel duidelijk dat
van eene vruchtbare behandeling der groote quaestiën:
op welke wijze het sterrenheir ontstaan is, en wat zijn toe-
komst zijn zal, nog geen sprake kan zijn. De vraag dringt
zich dus aan ons op: wat moet gedaan worden om die
leemte aan te vullen. Zal men zich steeds toeleggen op
ii het bepalen van de richtingen, waarin zich de sterren ver-
j toonen, om daaruit hunne bewegingen af te leiden, of is
het wenschelijk dat men de nieuwste methode volgende, zoo-
i veel mogelijk physische onderzoekingen volbrenge omtrent den
jl aard van het licht der hemellichamen.