HomeDe methode welke thans bij de beoefening der sterrenkunde moet gevolgd wordenPagina 14

JPEG (Deze pagina), 783.90 KB

TIFF (Deze pagina), 8.43 MB

PDF (Volledig document), 28.35 MB

J ` _ l
r· jl
J)
ë
li r
tlunne afmetingen zouden dan in het niet verzinken bij de ,
i afstanden, waardoor zij van elkander gescheiden zijn, doch **
ook op deze afstanden zal de aantrekkingskracht blijven wer- _
‘ ken, en vormde zij uit de kleinere zonnestelsels sterrenstel· i
j sels, zoo zal zij deze wederom vereenigen tot systeemen van
hoogere en hoogere orde in de peillooze diepten der hemel·
ruimte. g
Omtrent den vorm van het stelsel, waartoe wij met onze
zon behooren, ontbreken ons bijna alle gegevens, en wat de
afmetingen aangaat, het eenige wat wij daaromtrent bezitten
zijn de afstanden, waarop enkele sterren van de aarde ver- j
j wijderd zijn. Ik wees er reeds in den aanvang op hoe in
de vorige eeuw elke poging om die grootheden te meten
, was verijdeld geworden. ln het begin dezer eeuw werden
j die pogingen verscheidene malen doch telkens met hetzelfde j
ongunstig gevolg herhaald, en eerst aan Bessel mocht het
; gelukken met behulp van een der meest volkomen instru· '
menten voor één ster die meting te volbrengen en haar aan .
zijn vaderlijken vriend en eersten leidsman Olbers op diens
i 80Sï€" verjaardag als feestgeschenk aan te bieden. 1
Na hem zijn nog slechts enkele sterrenkundigen er in ge· l ·
slaagd de verwijdering van een zestal sterren te meten, doch
. deze uitkomsten zijn zoo onzeker, dat men niettegenstaande
_ de groote zorgvuldigheid, die men bij hunne bepaling heeft l
aangewend, ze slechts als eerste ruwe benaderingen kan be-
schouwen. Toch hebben zij hunne betrekkelijke waarde ter '
bevestiging van de altijd nog eenigszins onzekere vermoedens T
il j . j