HomeDe methode welke thans bij de beoefening der sterrenkunde moet gevolgd wordenPagina 13

JPEG (Deze pagina), 766.52 KB

TIFF (Deze pagina), 8.34 MB

PDF (Volledig document), 28.35 MB

l . we
Q.
ll
. bewegingsrichting van ons zonnestelsel aan te geven. De
*·‘ wegen, welke de millioenen overige zonnen volgen, bleven
echter evenals hunne snelheden volkomen onbekend; eerst
­_ voor een veel later geslacht is het weggelegd deze grootheden i
2 te bepalen, welke voor eene nadere kennis van het sterren-
heir onmisbaar zijn; voor het oogenblik kunnen wij alleen
, de volgende algemeene beschouwingen uit de gevonden fei-
ten afleiden.
De eigen bewegingen der sterrren zijn, hoewel de waar-
j nemingen zulks nog niet kunnen aantoonen, alle op het
j nauwst met elkander verbonden. Het is wederom de aan-
trekkingskracht, waarvan het bestaan in de hoogere streken
_ des hemels voldingend bewezen is, welke ze beheerscht, en
welke al die zonnen tot een stelsel vereenigt. De dubbel-
sterren , de donkere sterren met hunne begeleiders, onze zon
JH met de haar omringende planeten, behooren alle tot de ele-
E à menten, waaruit dat stelsel is opgebouwd; en schiet onze
‘ verbeelding te kort, wanneer wij ons van de afmetingen
dier elementaire stelsels rekenschap willen geven, hoeveel te
meer is zulks het geval zoo wij ons de grenzen trachten
t voor te stellen, waar binnen het sterrenstelsel van hoogere ‘
j orde is begrepen. Hoogst waarschijnlijk omvat het al de
{ hemellichten al de nevelvlekken en sterrenhoopen, welke
door de meest vermogende kijkers zichtbaar zijn. Gegevens
om met eenige zekerheid tot de aanwezigheid van andere A
sterrenstelsels te besluiten ontbreken dus geheel, maar de
c mogelijkheid van hun bestaan kan niet worden ontkend.
l