HomeDe methode welke thans bij de beoefening der sterrenkunde moet gevolgd wordenPagina 11

JPEG (Deze pagina), 765.47 KB

TIFF (Deze pagina), 8.28 MB

PDF (Volledig document), 28.35 MB

TF "
ll
ll *’
i Welk een nieuw uitzicht wordt ons hierdoor geopend! De
«l aantrekkingskracht, waarvan de uitwerking vroeger alleen op
onze aarde werd waargenomen, werd door Newton als be-
,. heerscheres van het geheele zonnestelsel erkend; door Her- K
schel werd haar gebied tot in het millioenen malen grootere
rijk der vaste sterren uitgebreid, en zoo openbaarde zich het
_ eerst een verband dat tot de meest grootsche opvattingen
recht geeft.
Eene treffende bevestiging van dei algemeenheid dier aan- ­
trekking werd ons door Bessel gegeven in zijne ontdekking
der donkere sterren. Bij eene nauwkeurige vergelijking van
gg), de plaatsen, die volgens vroegere en latere astronomen de
li? helderste der voor ons zichtbare sterren, Sirius, innam,'be­
speurde men geringe verschillen, waaruit hij echter met
ontwijfelbare zekerheid kon afleiden dat dit hemellicht zich
l` in eene kromlijnige baan bewoog en dat deze beweging
» Nl . moest worden veroorzaakt door de werking van eene aan-
trekkende massa, die, duizenden malen grooter dan de aarde,
zich in de nabijheid dier ster bevond. Hoewel geen kijker
_ i hoe vermogend ook een spoor van die massa verried, aar-
. · 1 zelde Bessel geen oogenblik haar plaats aan den hemel aan - ^
. te Wijzen; terecht mag men dat lichaam, hetwelk hij al-
‘ leen met zijn geestesoog aanschouwde, den naam van don-
kere ster geven, ook al is het later aan ·enkele sterren-
kundigen gelukt om het onder de gunstigste omstandighe-
den als een uiterst zwak lichtpuntje waar te nemen. Bij
' nog slechts een drietal andere heldere sterren heeft men tot
fl