HomeDe methode welke thans bij de beoefening der sterrenkunde moet gevolgd wordenPagina 10

JPEG (Deze pagina), 799.69 KB

TIFF (Deze pagina), 8.28 MB

PDF (Volledig document), 28.35 MB

‘T?
. j`
n
li
bonden bleven. Een enkele blik op het verbazend groote ii '
getal der dubbelsterren te midden van de andere hemellich­
ten, wier kleinste onderlinge afstanden allicht eenige hon-
A derden malen grooter waren, gaf aan Herschel een zeer krach- -,
tigen steun voor zijne meening dat hier geen toeval kon
aangenomen worden, doch dat er eene bepaalde kracht moest
werken, welke die lichamen zoo dicht bij een hield. En dat _
die ineening werkelijk juist was, dat bewees hij door reek-
sen van zorgvuldige metingen. Deze verrieden ten duide-
l.ijkste eene onderlinge verplaatsing van de beide deelen der
du.bbelsterren in kromlijnige banen om een gemeenschappe-
lijk punt. Zoo de sterren geene werking op elkander uit- gl
oefenden, zou zulk eene beweging onmogelijk zijn, en waar
hij deze kon bepalen, mocht hij dus met volle recht ver-
zekeren dat die dnbbelsterren stelselsvan zonnen vormden,
l welke door eene aantrekkende kracht werden verbonden. l`
‘ .l)oor deze onderzoekingen lichtte Herschel het eerst den » Ni .
sluier op, waar achter het vroeger volkomen onbekende ge-
bied der vaste sterren verborgen lag. Doch slechts een ;:
eerste blik werd ons hierdoor vergund, en veel bleef nog . al
nevelachtig en onzeker vooral aangaande den aard van de D · ¢
kracht, welke in die hoogere streken werkte, tot door de .
latere waarnemingen en berekeningen van Herschel en na ii
hem van Strnve, Kaiser en anderen- die onzekerheid werd
weggenomen en deze kracht erkend nerd volkomen gelijk
te zijn aan die, welke de aarde en de planeten om de zon
voert. ‘ °