HomeHet tegenwoordig standpunt der dierkunde, uit de ontwikkelingsgeschiedenis van deze wetenschap toegelichtPagina 9

JPEG (Deze pagina), 900.64 KB

TIFF (Deze pagina), 7.56 MB

PDF (Volledig document), 38.22 MB

ct
r
' · v
I van inductie en deductie is toegepast? - Nog een voor-
; beeld uit dezelfde wetenschap. Wij verplaatsen ons met
W onze gedachten in ’t jaar 1828. Alle scheikundigen van
) dien tijd beweerden, dat er een scherpe grens moest ge-
v trokken worden tusschen anorganische en organische stoffen
en dat het niet mogelijk zou zijn deze laatste ooit in de
laboratoria kunstmatig te vervaardigen. Slechts onder den _
invloed van een bijzondere kracht, de ,,vis vitalis" met al
haar mysticisme, zouden volgens de toenmalige scheikun-
·«· digen die samengestelde koolstofverbindingen kunnen ont-
I staan. In ’t genoemde jaar weêrlegde echter de jeugdige
scheikundige Wöhler, thans vergrijsd in de wetenschap,
op schitterende wijze deze meening. Hij was de eerste, j
die uit enkel anorganische stoffen, in ’t laboratorium der
[ toenmalige Gewerbeschule te Berlijn, een zuiver organische l
j opbouwde - ’t ureum, een bestanddeel der urine. Ook
.,.è, hier is wederom de dageraad eener nieuwe periode aange-
‘ broken. De synthetische scheikunde is sinds dat oogenblik
onder de noeste vlijt en arbeidzaamheid van hare priesters,
Kolbe, Wurtz, Hofmann, Berthelot, Frankland, Fittig,
Butlerow, Kekulé en zoovele anderen met reuzenschreden
, vooruitgegaan. Niet enkel het ureum, maar vele andere
van de meest samengestelde en verschillende koolstofver- i
4; bindingen kunnen op dit oogenblik uit enkel anorganische
stoffen worden verkregen.
Op een ander gebied der natuurwetenschappen, op dat
der astronomie , ontmoeten wij niet minder heerlijke ont-
dekkingen, die voor altijd den staf hebben gebroken over
dwaalbegrippen en nieuwe tijdperken in de ontwikkeling
van deze wetenschap hebben ingeleid. Ik behoef slechts de
namen te noemen van Oopernicus, Galilei, Keppler en
·<‘?# Newton. Wij weten, hoe de drie eersten de aloude wereld- ä
l beschouwing van Ptolemaeus, die zoo krachtig werd ge- g
i steund door het gezag van het Oude Testament en volgens ii
welke de aarde het vaste middenpunt was van het Heelal, `
T waaromheen zon, maan en sterren zich in concentrische jQ
Q J j
è