HomeHet tegenwoordig standpunt der dierkunde, uit de ontwikkelingsgeschiedenis van deze wetenschap toegelichtPagina 8

JPEG (Deze pagina), 882.86 KB

TIFF (Deze pagina), 7.56 MB

PDF (Volledig document), 38.22 MB

. A o jj ’
nl
­ «
, J
6 I
aan het uitspansel schitteren en verschillende perioden uit I
de wereldgeschiedenis met een helder licht bestralen. j
De geschiedenis der wetenschappen is een onderdeel der '”
geheele wereldgeschiedenis. Evenals in de laatste vindt j
men derhalve eek in de eerste menig tijdperk, zee al niet ·,
‘ van achteruitgang -- want daarvan kan in de wetenschap-
pen moeielijk sprake zijn ­- dan toch van stilstand. Hoe-
_ vele jaren immers, ja eeuwen kunnen er niet genoemd wor-
! den, waarin de wetenschappen, inzonderheid die der na-
i tuur, door politieke en sociale wanbegrippen, door dogmata ,,,
` én van de kerk én van haar zelve uitgaande, in haar ver- i
dere ontwikkeling werden tegengehouden! Donkere blad- !
zijden voorwaar ook in hare geschiedenis! Daartegenover
j staan met des te meer glans de perioden van een algemee-
ii nen vooruitgang, die, ingeleid door de arbeidzaamheid en [
genialiteit van slechts enkele personen, zich niet zelden al-, j
‘ leen konden aansluiten aan ’t geen reeds eeuwen te voren Tj,
was tot stand gekomen. ‘
Vooral de natuurwetenschappen kunnen in hare ontwik-
{ kelingsgeschiedenis vele omwentelingen aanwijzen, die wij
zonder aarzelen als de morgenster eener nieuwe en schoone 4
toekomst begroeten. Of is het niet, om eenige voorbeelden _,
te noemen, een groote omwenteling geweest op ’t gebied
. der scheikunde en aanverwante wetenschappen, toen aan .4
A ’t einde van de achttiende eeuw de beroemde fransche schei? ik
kundige Lavoisier de samenstelling der lucht leerde kennen
en aantoonde, hoe de zoogenoemde verkalking der metalen,
je de verbranding, de ademhaling niets anders zijn dan oxy-
datieverschijnselen en de dierlijke warmte niets anders dan
’t gevolg derzelfde scheikundige werkingen? Is niet met
deze ontdekkingen voor altijd de genadeslag aan de phlo-
,; gisten-theorie toegebracht, die de ontwikkeling der schei-
kundige wetenschap dreigde tegen te houden? En is niet l
S met de onderzoekingen van Lavoisier voor de scheikundige I
en physiologische wetenschap een geheel nieuwe periode
in aangebroken, in welke veel meer dan vroeger de methode
Y