HomeHet tegenwoordig standpunt der dierkunde, uit de ontwikkelingsgeschiedenis van deze wetenschap toegelichtPagina 40

JPEG (Deze pagina), 933.58 KB

TIFF (Deze pagina), 7.73 MB

PDF (Volledig document), 38.22 MB

,äï l
is 38
Q j i houding der dieren het noodzakelijk fundament tot het ver-
klaren der niet zelden zee1· duistere verhoudingen van den __
Y strijd om het leven. Aan de zusterwetensehap der zoölogie,
de botanie, is reeds sinds geruimen tijd in den aan alle I
‘ Hoogescholen verbonden hortus botanicus gelegenheid gege- r
J ven tot embryologische onderzoekingen en waarnemingen t
i _ omtrent levenswijze. l
, Aan bijna geen enkele Hoogeschool bestaat er tot op dit 2
ig;. oogenblik voor de dierkunde iets van dien aard. Zelfs niet
i het kleinste plekje grond met eenige aquaria en andere in­
richtingen tot het houden van levende dieren is voor haar
beschikbaar gesteld. Bij het onderwijs in de dierkunde
jij kunnen nog niet als bij dat in de plantenkunde telkens
levende voorwerpen in verschillende ontwikkelingstoestanden B
worden aangewezen, bijna uitsluitend is het beperkt tot het i
j · gebruik van gedroogde of spiritus-objecten. ·
Dat aan dezen toestand zoodra mogelijk een einde moet j
worden gemaakt, opdat ook het onderwijs in de zoölogie
en hare beoefening aan de Hoogescholen aan het tegen-
° woordig standpunt der wetenschap zal beantwoorden, behoef
ik waarlijk niet nader te betoogen. ‘
B Men versta mij echter wel. Ik bedoel volstrekt niet, dat ,
men aan de Hoogescholen horti zoölogici, diergaarden, zal ·
gaan verbinden, die daarenboven maar al te dikwijls in _
i min of meer gezellige theetuinen ontaarden en groote aqua= i
ria zal oprichten als die te Hamburg, Brussel of Berlijn.
In de diergaarden moeten een aantal schoone, vleeschetende ll
die1·en met olifanten, giraiïen en andere merkwaardige vor-
men uit ver afgelegen landen zijn uitgestald, in de groote
t aquaria, die telkens door het publiek worden bezocht, moe- _
j W ten in de eerste plaats grootere diervormen prachtig zijn
in ten toon gesteld. Van dit alles is niets noodig bij de in- ,·
l * _ richtingen, die aan de Hoogescholen moeten verbonden wor- ;
den. Deze hebben alleen gelegenheid te geven tot het zoo- i
veel mogelijk in den natuurstaat houden van levende, meestal
‘ lagere diervormen, die bij het onderwijs voor een zekeren I
p p ' l
i
·