HomeHet tegenwoordig standpunt der dierkunde, uit de ontwikkelingsgeschiedenis van deze wetenschap toegelichtPagina 33

JPEG (Deze pagina), 891.75 KB

TIFF (Deze pagina), 7.72 MB

PDF (Volledig document), 38.22 MB

,1
W 31 j
l zin van Cuvier en von Baer, zijn even zoovele stammen. g
i_ De groote overeenstemming toch, die al de onderscheiden
leden van eene type onderling vertoonen, is het gevolg van
de innige verwantschap, die haren oorsprong heeft in de i
gemeenschappelijke afstamming van denzelfden grondvorm. i
Y De gapingen, die hier en daar tusschen de verschillende _
vormen uit dezelfde type bestaan, blijken bij den vooruitgang
der wetenschap al meer en meer schijnbaar te zijn. Dit
wordt wel in de eerste plaats bewezen door het embryologisch
en palaeontologisch onderzoek. Maar getuige o. a. ook de nog
'_ onlangs bekend geworden, in Australië levende Ceratodus­
l`: vorm, een der laatste overblijfselen van eene groep van die­
ren, waardoor de afdeeling der Perennibranchiaten aan die
, der Visschen is verbonden. Dat evenmin als tusschen de
onderscheiden vormen in elken stam tusschen de stammen
zelve scherpe grenzen kunnen getrokken worden, dat zij
· daarentegen aan hun wortel in den stam der Vermes sa-
menhangen, is door een aantal onderzoekingen meer dan
waarschijnlijk geworden. In dezen stam toch met al zijn
verschillende vormen zien wij ook thans nog een aantal v
levende verwanten van die reeds langen tijd uitgestorven
dieren, uit welke zich de grondvormen van de vijf andere ii
` stammen hebben ontwikkeld. Om dit met een enkel woord
nader aanteduiden. Nauwkeurige en uitgebreide onderzoe-
kingen hebben de groep der Bryozoën, vroeger tot de Coe-
lenterata, daarna tot de Mollusca gerekend, tot den stam
der `Vermes gebracht. Aan den anderen kant heeft het
· embryologisch onderzoek de Bryozoën als de thans levende
vormen van na verwante dieren doen kennen, waaruit zich "
eenmaal de stam der Mollusca, in de laagste vormen der
Brachiopoda, heeft ontwikkeld. Eenige Anneliden en de
‘ Rotatoriën zijn de nog levende overgangsvormen tot den
stam der Arthropoda , andere Anneliden en de Sipunculaceën _
" tot dien der Echinodermata. Het embryologisch onderzoek ,__ J
` wijst verder een groote overeenkomst aan tusschen eenige
Infusoriën en de eerste ontwikkelingstoestanden der Coelen- T
• 4
j .
J i
‘• (