HomeHet tegenwoordig standpunt der dierkunde, uit de ontwikkelingsgeschiedenis van deze wetenschap toegelichtPagina 30

JPEG (Deze pagina), 936.63 KB

TIFF (Deze pagina), 7.68 MB

PDF (Volledig document), 38.22 MB

·- ·· Il
.§ { U
ZB
· Dat de phylogenie de basis is voor de natuurlijke rangschik- j
king en derhalve de sleutel voor de vervulling van dezen
wl _ wensch mag genoemd worden, zal wel niemand betwisten, Q
die slechts bedenkt, dat wij dan in het natuurlijke stelsel
j de uitdrukking zullen vinden van de onderlinge verwant-
schap, die op de afstamming is gegrondvest. Dan zullen
' wij niet meer een stelsel hebben, dat naar willekeurige
kenmerken is aangenomen, maar dat door de natuur zelve
er wordt aangegeven, in hare oorkonden als ’t ware onuit-
li wischbaar staat gegrift. De phylogenie, ik zeide het reeds ·
l " zooeven, is nog in de allereerste jaren harer kindschheid,
j daarenboven zal zij niet dan uiterst langzaam en na een
. groot aantal zeer moeielijke ontwikkelingsperioden te heb-
l ben doorgeworsteld, tot eene hoogte komen, die ook maar
eenigszins bevredigend mag genoemd worden. De palaeonto­
logie toch, één harer fundamenten, zooals wij hebben opge- ·
l merkt, staat niet alleen nog op een zeer laag standpunt, maar
is daarenboven alleen geenszins voldoende, om een ook maar
l eenigszins getrouw beeld van de ontwikkeling der stammen
j D te geven. Zij is, volgens de vergelijking van Darwin,`
een zeer onvolledige en in afwisselende dialekten geschre-
{ ven geschiedenis, waarvan enkel het laatste deel, dat alleen
betrekking heeft op eenige gedeelten van de oppervlakte
: der aarde, tot ons is gekomen. Maar ook van dit laatste *
deel is alleen hier en daar een kort hoofdstuk en van elke '
bladzijde zijn slechts eenige weinige regels behouden.
Behalve aan de hand der palaeontologie moet zich der-
halve de phylogenie nog aan die van andere onderdeelen
der zoölogische wetenschap ontwikkelen, van de vergelij-
kende anatomie en vooral van de embryologie, de ontwik- .
kelingsgeschiedenis van het _individu. Deze toch geeft ons
jj in algemeene omtrekken het beeld van de reeks der onder-
,, _ scheiden vormen, die de voorouders van het individu in J
ji de ontwikkeling der soort van het begin der organische
gj schepping af hebben doorloopen. Sedert men deze groote
` waarheid heeft begrepen, heeft de embryologie voor de
I
j te .
l
l , . j
E
<