HomeHet tegenwoordig standpunt der dierkunde, uit de ontwikkelingsgeschiedenis van deze wetenschap toegelichtPagina 29

JPEG (Deze pagina), 896.29 KB

TIFF (Deze pagina), 7.73 MB

PDF (Volledig document), 38.22 MB

r ‘ rvs
•«i«­» `° d h D
j ?
j toenemen, zoo bestaat ook in de natuur, ten gevolge van D j
j den srfräcl om ácá levert, de mmm/leuze, die wijzigingen tot
' ‘ stand brengt, voordeelig voor de soort. Ten gevolge van
TV deze natuurkeuze, die eeuwen lang achter elkander heeft
,_ gewerkt en daarmeê steeds voortgaat, zijn volgens de . _
theorie van Darwin al de verschillende vormen van planten i
en dieren langzamerhand op onzen aardbol ontstaan. De
leer van Darwin is in zekere mate voor de beide rijken
der organische natuur hetzelfde, wat die van Lyell is voor
V · dat der anorganische. Beide toch vinden zij haar grond
in zeer langzame werkingen, die eeuwen achter elkander
` hebben voortgeduurd, beide toonen zij den samenhang aan
van alle tot haar gebied behoorende natuurvoorwerpen.
Eerst sedert de invoering der leer van Darwin dagtee-
kent het ontstaan der phylogenie, de palaeontologische ont-
wikkelingsgeschiedenis der verschillende soorten van plan- ­
& ten en dieren. Het is de taak der phylogenie, om de
I vormveranderingen op te sporen, die de weinig·e groote
hoofdklassen, de stammen of páyla, hebben ondergaan onder
de voortdurende verandering harer soorten, gedurende den
geheelen tijd van haar bestaan. D
De palaeontologie heeft derhalve door den invloed van ' lj
_ Darwin’s theorie ook een geheel andere beteekenis gekre­ `.
l gen. Vroeger, zooals wij hebben gezien, uitsluitend in D
dienst der geologie, is zij thans een van de meest, belang-
] rijke onderdeelen der zoölogische wetenschap geworden. Im-
1 mers zij wijst ons in de op haar gebied te huis behoo1·ende
i · natuurvoorwerpen, de versteende overblijfselen der dieren,
j de voorouders aan van thans levende diersoorten en voortaan 1
moet het haar streven zijn uit deze overblijfselen de ware
§ ‘ geschiedenis van het op elkander volgen der verschillende ik
ai vormen samentestellen.
j Reeds Linnaeus heeft het in de ,,Philosophia Botanica"
4* uitgesproken, dat de natuurlijke rangschikking de eerste
e en laatste wensch in de botanische wetenschap moet zijn, W
° niet minder behoort ze zulks te wezen in de zoölogische. «
à