HomeHet tegenwoordig standpunt der dierkunde, uit de ontwikkelingsgeschiedenis van deze wetenschap toegelichtPagina 24

JPEG (Deze pagina), 916.68 KB

TIFF (Deze pagina), 7.67 MB

PDF (Volledig document), 38.22 MB

.' nl
behoeft wel niet nader te worden betoogd. Toch heeft hij
J reeds in de veranderingen der soort en in de erfelijkheid,
g waarmee deze van geslacht tot geslacht worden voortge­ ·«)¤
Q plant, de ware grondslagen gezien voor een natuurlijke I
verklaring van het ontstaan der organische vormen, van , N.
` . welke de meest eenvoudige door generatio aequivoca zouden _ l
_~ voortgekomen zijn, die ik niet aarzel een noodzakelijk ver- ­
l _ eischte voor de natuurlijke scheppingsgeschiedenis te noemen.
{ Lamarck was in zijne ,,Philosophie Zoölogique" zoozeer zijne
l tijdgenooten vooruit en zooverre verheven boven hunne du- ·
alistische beschouwing, zoowel der anorganische als organi-
sche natuur, dat hij bijna in het geheel geene aanhangers
jä heeft gevonden.
In hoofdzaak stemt de descendentie-leer van Etienne Geof-
froy St. Hilaire, die door hem in 1828 werd bekend ge-
; maakt, overeen met die van Lamarck. Hij zocht echter t
de oorzaak van de soortsveranderingen niet zoozeer in de j_ jj
eigen werkzaamheid van het organisme, als veel meer in
de rechtstreeksche werking van de levensomstandigheden. .
. Zoo is Geoffrey b. v. van meening, dat alleen door de ver- K
mindering van koolzuur in de dampkringslucht de vogels l
uit kruipende dieren zijn ontstaan, daar bij de betrekkelijke
‘ toename van het zuurstofgehalte in de lucht de ademhaling . [
levendiger zou zijn geworden. Daardoor zou de temperatuur ~·
van het bloed zijn gestegen, de werkzaamheid van spieren
· en zenuwen zijn toegenomen, _de schubben der kruipende
dieren in veeren zijn veranderd. Nog minder dan Lamarck, i
men ziet het, heeft Geoffrey St. Hilaire de ware oorzaak
T · der soortsverandering begrepen. Toch zal zijn naam altijd vp
in eere blijven, daar hij het heeft gewaagd de veranderlijk- 9
heid der soort en haar onderlinge afstamming te verdedigen
tegen haar meest geduchten tegenstander, den in de weten- l
schap in dien tijd voor nagenoeg onfeilbaar gehouden Cu- l
` vier. Den naam van Geoffrey St. Hilaire behoeft men
gi slechts te noemen, om aanstonds te doen denken aan den
V hevigen strijd, die tusschen beide groote zoölogen, in E
I