HomeHet tegenwoordig standpunt der dierkunde, uit de ontwikkelingsgeschiedenis van deze wetenschap toegelichtPagina 22

JPEG (Deze pagina), 904.96 KB

TIFF (Deze pagina), 7.62 MB

PDF (Volledig document), 38.22 MB

l
. ji
j i 20 {
ï_ j
het, de verdiensten van von Baer voor de dierkunde, of-
schoon veel minder algemeen bekend, zijn inderdaad niet 4,
z geringer dan die van Guvier, ja moeten door den weten- lj
B, schappelijken zoöloog veel hooger worden gesteld. Men ` ­_
E i vergete niet, dat de basis der klassiiicatie bij von Baer
§ berustte op de ontwikkelingsgeschiedenis van het individu,
derhalve op een zeer groote kennis van liet geheele orga-
nisme. Guvier daarentegen vond het uitgangspunt in de
l vergelijkende anatomie, een onderdeel der dierkunde veel
. minder ingrijpend dan de embryologie. Het is dan ook ll
Q niet te verwonderen, dat de leer der typen van von Baer
in vele opzichten boven die van Guvier moet gesteld
‘ worden.
j Bij de vier groote typen, zooals die door Cuvier en von
i Baer werden aangenomen, moet men niet zoozeer acht ge-
, ven op een hoogeren of lageren trap van ontwikkeling, als
wel op de wijze, waarop de deelen zich tot elkander ver- `
houden en op den algemeenen vorm. Deze moet onder-
scheiden worden van de meer of minder hooge bewerktui- ‘
ging, die in ééne en dezelfde type zeer kan verschillen.
Guvier heeft hierop, dit valt niet te ontkennen, wel gelet,
l maar toch niet overal de beide begrippen van den algemee- jp
nen vorm en de meer of minder hooge ontwikkeling ge- "
noegzaam uit elkander gehouden. Getuige slechts de type .
der straaldieren, waarin door hem een aantal dieren zijn
opgenomen, die volstrekt niet den gestraalden vorm ver-
, toonen, maar daarin alleen zijn geplaatst om hunne zeer
j lage bewerktuiging. Door von Baer werd als vaste regel
l aangegeven, dat men steeds de verschillende typen van
organisatie en de onderscheiden trappen van ontwikkeling ­ ·
van elkander moet onderscheiden. Juist hierdoor staat de
leer der typen van von Baer verre boven die van Guvier,
_ ’t geen alleen is toeteschrijven aan ’t verschil van uitgangs-
f punt. Elke type kan zich dus in hoogere en lagere ont-
, _ wikkelingstrappen vertoonen, de enkele vorm toch wordt én
door de type én door den graad van ontwikkeling bepaald. li
l 4
I tl .
i' ,e_. , .. · · -· ~ ik -»