HomeHet tegenwoordig standpunt der dierkunde, uit de ontwikkelingsgeschiedenis van deze wetenschap toegelichtPagina 21

JPEG (Deze pagina), 889.12 KB

TIFF (Deze pagina), 7.60 MB

PDF (Volledig document), 38.22 MB

i #*1 i ­ lj

äi
1. j
j 19
A sprake kan zijn van een enibryologisch onderzoek van eenige 1
»`¥‘ beteekenis. Volgens deze theorie toch zijn van den beginne
af alle deelen reeds gevormd aanwezig en hebben deze zich j
E · bij verdere ontwikkeling enkel te onthullen. Met het in-
1 voeren van de leer der epigenesis, d. w. z. van het traps- 1
_ gewijze ontstaan van het embryo uit een eenvoudigen kiem,
J heeft Wolff den grondslag voor de wetenschappelijke ont-
wikkelingsgeschiedenis gelegd.
Woltl"s geniale onderzoekingen hebben echter ongeveer
· een halve eeuw geen invloed op de ontwikkeling der we-
tenschap uitgeoefend. Zijne verhandeling ,,de formatione
intestinorunf was zoo zeer vergeten, dat zelfs Oken in ’t
jaar 1806 zijne onderzoekingen ,,iiber die Bildung des Darm- ,
kanals aus der Vesicula umbilicalis" bekend maakte, zonder
die van Wolff te kennen. Eerst sedert Meckel in ’t jaar
_ 1812 Wolff’s verhandeling over het darmkanaal in ’t duitsch V
heeft vertaald, dagteekent de invloed door de onderzoekin­ V
gen van Wolff uitgeoefend.
Door de werken van Christian Heinrich Pander en Carl
Ernst von Baer maakte de ontwikkelingsgeschiedenis wei- "
nige jaren later reusachtige vorderingen. Vooral die van
den laatsten hebben een zeer groote beteekenis gehad voor de
E ontwikkeling der wetenschappelijke dierkunde. In zijne 1
_· werken vindt men niet alleen de eerste volledige en in bij- j
Q zonderheden doordringende onderzoekingen over de ontwik-
i keling-van het hoen, maar ook over die van een aantal i
‘l andere gewervelde dieren. Daarenboven was von Baer zoo- {
i zeer doordrongen van de hooge wetenschappelijke waarde ' g
{ van het vergelijkend onderzoek, dat hij, zooals Cuvier van [
ï de vergelijkende anatomie, de grondvester is geworden der {
vergelijkende embryologie. Bijna gelijktijdig met Cuvier,
{ maar geheel onafhankelijk van dezen, kwam ook von Baer,
J geleid door de ontwikkelingsgeschiedenis van ’t individu,
tot het besluit, dat in het dierenrijk een viertal groote ·j
typen moeten onderscheiden worden, die overeenkomen met ­
‘ die, welke door Cuvier werden aangegeven. Men ziet I;
' l*g,­ ja
ïï

l
jl
¢ _