HomeHet tegenwoordig standpunt der dierkunde, uit de ontwikkelingsgeschiedenis van deze wetenschap toegelichtPagina 19

JPEG (Deze pagina), 897.05 KB

TIFF (Deze pagina), 7.55 MB

PDF (Volledig document), 38.22 MB

t i ` ii
i ‘
i 1*7
voorwerpen de versteende overblijfselen van dieren gezien, `
jj maar hunne beteekenis volstrekt niet begrepen. Of blijkt t
' dit niet duidelijk uit het ,,systema naturae", waar ze zelfs
i in de laatste door hem bewerkte uitgave niet in het ,,reg­ li
L num animale" , maar in het ,,regnum lapideum" , als de orde j
. der ,,petrifacta", nevens die der ,,ooncreta" en ,,terrae" in
,_ de klasse der ,,fossilia" zijn opgenomen?
j ln de ,,Recherches sur les Ossements fossiles" heeft Ou-
i vier een meesterstuk nagelaten, dat behalve door zijn on-
schatbare waarde voor de vergelijkende anatomie, vooral van
I. groote beteekenis is, dewijl daarin met zekerheid is aan-
Q getoond, dat de voorwereldlijke dieren des te meer ver- pt
2 schillend zijn van de thans levende, naarmate zij in oudere
i aardlagen worden aangetroiïen. Dat Cuvier met zijne bui-
tengewone verdiensten omtrent systematiek, vergelijkende
j anatomie en palaeontologie tot eene autoriteit der eerste t
r grootte is verheven, zal U wel niet verwonderen, dat hij ,·
· , dus, evenals Linnaeus, eindelijk ook een hinderpaal is ge-
l; weest voor de ontwikkeling der wetenschap, spreekt van zelf.
De palaeontologie, zoowel voor het eene als andere rijk .
der organische natuur, doet ons in hare ontwikkelingsgeschie-
W denis zien, hoe zij oorspronkelijk niet door de zoölogen en
i . botanici ex professo werd beoefend, maar daarentegen de l
_ ` eerste jaren harer kindschheid in dienst der geologie heeft
L doorgebracht. Deze stelde haar slechts op prijs, in zooverre j
zij in staat was geschikte voorwerpen, zoogenoemde ,,Leitfos- i
g silien", aan te brengen, om den betrekkelijken ouderdom j
der onderscheiden aardlagen te bepalen. Een palaeontologi­
sche ontwikkelingsgeschiedenis der fauna en flora lag vol- y
strekt niet in haar doel. Van deze kon trouwens ·tot vóór i
ruim veertig jaren geenszins sprake zijn in verband met
F de theorie, die tot op dien tijd met ijzeren hand haar schep-
ter zwaaide op het geheele gebied der geologie. Volgens deze
theorie zou de geheele vorming der aardkorst in een aantal L
perioden kunnen verdeeld worden, die elk op zich zelve
W een bijzondere dieren- of plantenwereld hebben bezeten. De
." ïï
I