HomeHet tegenwoordig standpunt der dierkunde, uit de ontwikkelingsgeschiedenis van deze wetenschap toegelichtPagina 17

JPEG (Deze pagina), 895.15 KB

TIFF (Deze pagina), 7.57 MB

PDF (Volledig document), 38.22 MB

5 L.
l
tt ‘ · is ‘
li; i l
l ontwikkeling der wetenschap tegengehouden. De groote
lg beteekenis van Linnaeus stelsel, wij hebben het reeds zoo- L l
f` even gezien, bestaat in den vorm. Maar juist deze heeft
j tevens nadeelig gewerkt. Vele natuuronderzoekers, geleid
. door de systematiek van Linnaeus, hebben ter wille van
den vorm de ware wetenschap uit het oog verloren. Zij V
. hebben de zoogenoemde systematische zoölogie en botanie, Q
· die der musea en herbaria, doen ontstaan, wier eenig doel
het is de species vin principio c¢·eame" te bepalen en te
_; beschrijven. Deze zoölogie en botanie wordt ook in onzen
‘ tijd nog maar al te dikwijls voor de kern der wetenschap
j en hare beoefenaars voor de eigenlijke zoölogen en botanici
g gehouden.
I Van een waarlijk weámscáappelyke zoölogie , die zich steunt
jj op morphologie d. w. z. op anatomie en ontwikkelingsge­ ,
ly schiedenis in de meest uitgebreide beteekenis van het woord,
kon zelfs in ’t begin van deze eeuw ter nauwernood sprake °
M zijn. De systematische zoölogie, de anatomie en ontwik-
l kelingsgeschiedenis waren nog niet met elkander tot ééne
l wetenschap versmelten. Thans was echter langzamerhand,
l allereerst door de ontwikkeling der anatomie, een beter à
J tijdperk aan de dierkundige wetenschap voorbereid. Ach-
j tereenvolgens was de inwendige bouw van vele hoogere en A,
W; lagere dieren door de voortreffelijke werken van een aantal
mannen uit verschillende landen van Europa bekend ge-
j worden. lk behoef U slechts de namen te herinneren van
§_ Malpighi, Swammerdam, Leeuwenhoek, die ik reeds zoo- l
jl even heb vermeld. Voegt hierbij die van Lyonet, Camper, j
j· e Daubenton, Poli en zoovele anderen. Door hunne arbeid- j
j zaamheid was tegen het begin van onze eeuw een groote j
j menigte anatomische details bijeengebracht, die eenmaal de j
eerste steenen zouden zijn, waaruit het gebouw der verge­
lijkende anatomie kon worden opgetrokken. _
De eerste grondslag van dit gebouw kwam tot stand
door den helderen blik van Georges Cuvier, die in het jj
begin van onze eeuw een nieuwe periode voor de dierkun-