HomeHet tegenwoordig standpunt der dierkunde, uit de ontwikkelingsgeschiedenis van deze wetenschap toegelichtPagina 12

JPEG (Deze pagina), 865.33 KB

TIFF (Deze pagina), 7.58 MB

PDF (Volledig document), 38.22 MB

'N l
I
10 _
punt der dierkunde uit de ontwikkelingsgeschiedenis van f
deze wetenschap te verklaren. _
T Wilt mij daarbij Uw welwillende aandacht niet ont- A`
· houden! ‘
ë Plinius, lsodorus van Sevilla en zoovele andere compilato­
I ren over dierkunde uit de eerste eeuwen na Christus waren
jj reeds langen tijd gestorven. De ,,Physiologus", dat het
leerboek der dierkunde uit de eerste twaalf eeuwen onzer
’* jaartelling schijnt geweest te zijn, had geheel uitgediend. ,;
{ Zijne richting, om de voorwerpen der natuur door mystieke
jl en allegorische voorstellingen dienstbaar te maken aan ’t
verspreiden en bevestigen van bijbelsche verhalen en ker- t
kelijke instellingen had bijna geheel hare beteekenis verlo­ -
ren. De dertiende eeuw had met het weder optreden der l
I werken van Aristoteles, voornamelijk onder den invloed van
Albertus Magnus, reeds lang geleden, den dageraad eener gj
3 nieuwe periode in de ontwikkeling der dierkunde aange-
jj kondigd. De boekdrukkunst had menigen dienst aan de {
lf à wetenschap bewezen. Groote geographische ontdekkingen j
hadden reeds een aantal vreemde diervormen naar Europa Q
.` gevoerd. Wotton, Gesner, Aldrovandus, Jonstonus hadden `
zich de sporen in de dierkundige wetenschap reeds eenigen
tijd geleden verworven. Malpighi en Swammerdam hadden
vóór weinige jaren zich in hunne werken eene eerezuil ge- I?
sticht, die nooit kan worden omvergeworpen. Leeuwenhoek j
{ _ was in de laatste jaren zijns levens. Wij bevinden·0ns in ’t j
zj begin der achttiende eeuw. Niettegenstaande de arbeidzaam-
heid der laatstgenoemde mannen en hunne groote verdien- ·
g sten in de dierkunde was toch de toestand dezer wetenschap . ‘
alles behalve bevredigend en hare toekomst niet al te hel-
der. Overal heerschte een chaotische verwarring, die van
jl dag tot dag dreigde toe te nemen bij het ontdekken van i
steeds nieuwe diervormen en bij het steeds toenemende aan- i
tal bijzonderheden, die voornamelijk óf op den inwendigen j
F bouw en de levenswijze óf op de ontwikkeling van enkele
Q
r
j L
I